21. SAMENVATTING

 

Begin jaren veertig van de negentiende eeuw werd in Nederland begonnen met het bouwen van ijzeren sleepschepen voor de Rijnvaart. Gelijktijdig werden er enkele kleine trekschuiten gebouwd bestemd voor het vervoer van passagiers en goederen tussen twee steden. Voor de Rijnvaart kwamen er voor 1850 tientallen ijzeren sleepschepen in de vaart die voornamelijk in Amsterdam en Luik (Seraing) waren gebouwd.

 

De akte van Mannheim van 1868 die in 1869 in werking trad en de vaart op de Rijn vrijmaakte zorgde ervoor dat de bouw van ijzeren schepen na 1871 echt goed op gang kwam. Voor de periode 1841-1880 werd 82 % van de ijzeren schepen in de laatste tien jaar gebouwd. Dat houdt in dat in absolute termen de ijzeren scheepsbouw voor de Nederlandse binnenvaart vóór 1871 nog niet veel voorstelde. Let wel, binnenvaart staat hier tegenover Rijnvaart.

 

Bijna alle sleepschepen die voor 1871 waren gebouwd kwamen voor rekening van Duitse Rijnvaartrederijen. Driekwart van de ijzeren schepen uit de periode van 1841 tot en met 1880 is gebouwd in Zuid-Holland, in het gebied van de Nieuwe Maas, Noord en Hollandse IJssel. Belangrijkste plaatsen zijn Rotterdam, Krimpen aan den IJssel, Capelle aan den IJssel, Kinderdijk, Slikkerveer en Bolnes. Daarnaast was Amsterdam voor de jaren van vóór 1850 een belangrijke plaats. De andere provincies zijn vóór 1880 niet van belang.

 

Kleine schepen zijn er in de onderzochte periode betrekkelijk weinig gebouwd. Behalve de trekschuiten zijn er vóór 1870 geen schepen gebouwd korter dan 25 meter. Slechts 6,5 % meet minder dan 50 ton en nog geen 6 % valt in de tonnageklasse 51-100 ton. Het gaat hier om respectievelijk 34 en 31 schepen. 30 % van de schepen is tussen de 101 en 300 ton en 28,5 % is van 301 tot 600 ton groot. Hier gaat het om respectievelijk 152 en 150 schepen. Tot slot valt 13,5 % van de schepen in de klasse 601-1000 ton, dat betreft 71 schepen. Twee derde van deze in Nederland gebouwde grote schepen voer onder Duitse vlag.

 

In het jaar 1880 voeren er in Nederland tegen de vijfhonderdvijftig ijzeren sleep- en zeilschepen. Tussen Rotterdam en Delft, tussen Gouda en Amsterdam, tussen Leiden en Utrecht en tussen Sneek en Leeuwarden voeren in de jaren veertig van de negentiende eeuw ijzeren barges, ijzeren jaagschuiten die veel passagiers vervoerden. Daarom is het verwonderlijk dat er in streekgeschiedenissen nog steeds verhalen opduiken over mensen die in het laatste kwart van de negentiende eeuw beweerden dat ijzer niet kan drijven.

 

EINDE

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb