IJZEREN SLEEP- EN ZEILSCHEPEN VOOR DE RIJN- EN BINNENVAART GEBOUWD IN NEDERLAND VAN 1841 TOT EN MET 1880
1. INLEIDING
Algemeen bestaat nog steeds de indruk dat er in de negentiende eeuw in Nederland een jansaliegeest heerste. De laatste decennia wordt de rol van de negentiende-eeuwse industrie in een gunstiger daglicht geplaatst. In de periode 1834-1845 waren er in Nederland vijf bedrijven die zich bezighielden met de bouw van ijzeren schepen. Dat waren Établissement Fijenoord te Rotterdam, Chr. Verveer & Co te Amsterdam, Koninklijke Fabriek eveneens te Amsterdam, Fop Smit in Kinderdijk en in bescheiden mate de Nederlandsche Grofsmederij te Leiden. Zij liepen niet veel achter bij de toonaangevende Britse scheepsbouwers. In de Nederlandse maritieme literatuur wordt het belang van de Nederlandse scheepsbouw afgemeten aan het aantal gebouwde zeeschepen. De ijzeren schepen voor de binnenvaart - als ze al worden vermeld - worden vaak omschreven als lichters. Alsof het maar een bijzaak was. Terwijl in werkelijkheid de werven in de tweede helft van de negentiende eeuw in grote mate afhankelijk waren van de opdrachten die zij kregen van Rijnrederijen en particuliere Rijnschippers. De bouw van zeeschepen lag toen in wat we nu de Randstad noemen nagenoeg stil. Het voert nu te ver om erop in te gaan, maar in Groningen lag de situatie anders.
Afbeelding 1. Niederrhein No 10, gebouwd in 1845 te Amsterdam, liggend in Rotterdam in de Leuvehaven.
2. ONDERZOEK
Dit onderzoek wil laten zien waar en wanneer men in Nederland ijzeren binnenschepen is gaan bouwen. Het gaat hier uitsluitend om sleep- en zeilschepen. Stoomsleepboten, stoomgoederen- en stoompassagiersschepen worden buiten beschouwing gelaten. Wanneer dit soort schepen toch ter sprake komt dan dient dat om aan te geven in welk jaar men op een bepaalde werf begon met het bouwen in ijzer.
Werfarchieven kunnen soms aan het licht brengen in welk jaar er ponsmachines, platen ijzer en klinknagels werden aangeschaft. Maar van veel werven is niets op schrift bewaard gebleven. Oorzaken zijn onachtzaamheid, brand, watersnood, noem maar op. Hinderwetvergunningen kunnen een indicatie zijn wanneer een werf in staat was in ijzer te bouwen. Alleen uitputtend archiefonderzoek brengt klaarheid. Voorlopig moet ik het doen met een beperkt eigen onderzoek en her en der gepubliceerd materiaal. Het onderzoek eindigt in het jaar 1880. Na dat jaar stijgt het aantal werven dat op ijzer overschakelt enorm, en het aantal gebouwde schepen komt al gauw op honderden per jaar.
In een eerder onderzoek had ik alleen de gegevens van de Rijnschepenregisters tot mijn beschikking.[1]Schepen die nooit in het buitenland kwamen ontbraken in de registers. Hierdoor miste ik veel kleine schepen. Ik telde toen 434 ijzeren schepen die in Nederland, België en Duitsland in de periode 1841-1880 waren gebouwd. 272 van die schepen waren gebouwd in Nederland.
[1] ‘IJzer bleek toch te drijven’, De Scheepvaartkrant 17-12-1990, 7e jrg. No. 22/23, p. 61/62
Afbeelding 2. Wijnhaven te Rotterdam in 1883, rechts een vroeg ijzeren Rijnschip en links tegen de wal is er nog een te herkennen. De kijkrichting is oost en de hoge brug op het eind is de spoordraaibrug.
Maak jouw eigen website met JouwWeb