20. IJZEREN BARGES
Ook buiten het gebied van wat nu de Randstad heet zat men niet stil. Al in 1842 werd er een concessie verleend aan de 'Friesche Meer- en Kanaal-Stoom-bootdienst' voor het in de vaart brengen van ijzeren barges tussen Sneek en Leeuwarden.[1] De voorwaarde was wel dat de ijzeren barges sneller moesten zijn dan de bestaande schuiten. De overtocht moest binnen de twee en een half uur geschieden. De afstand via de Sneeker Trekvaart was circa 21 kilometer.
Meester grofsmid A. Meulman te Groningen maakte in 1845 per advertentie bekend dat hij naast het herstellen en vervaardigen van machineketels ook in staat was ijzeren barges te maken. Dit betekent dat iedereen die ervaring had in de ijzerbouw, op wat voor terrein ook, in staat moet zijn geweest om ijzeren vaartuigen te bouwen.
Voordat M. van der Kuijl te Slikkerveer rond 1870 ijzeren schepen ging bouwen werden daar vanaf omstreeks 1860 gashouders gebouwd.
Twee gashouders van Van der Kuijl uit 1879 op Feijenoord staan er nog steeds, deze industriële monumenten werden in 1975 door Karla Kaper uit Dordrecht beschilderd. Deze antieke gashouders, grote halve bollen, zien er heel anders uit dan de latere modellen.
[1] Nederlandsche Staatscourant 19-08-1842
Maak jouw eigen website met JouwWeb