14. NEDERLANDSE GROFSMEDERIJ TE LEIDEN
Het in 1836 door William Archibald Bake te Leiden opgerichte bedrijf, de Nederlandsche Grofsmederij, was begonnen met de productie van spoorrails. In 1841 werd het eerste anker gemaakt, later volgden kettingen en andere scheepsonderdelen en toebehoren. Een artikel in de Staatscourant van 4 augustus 1842 maakte bekend dat de 'Leydsche Grofsmederij' een ijzeren trekschuit, tevens dienende als pakschuit in de vaart had gebracht. De reistijd van het veer tussen Leiden en Utrecht werd met deze schuit met drie uur verminderd. In een publicatie over de geschiedenis van het bedrijf wordt geschreven dat de Grofsmederij haar eerste volledige schip in 1844 bouwde. [1] Het is onbekend wat de schrijvers van het artikel over de Grofsmederij hiermee bedoelen; de trekschuit was toch al twee jaar eerder gebouwd?
Vanaf 1899 werkte A.M. Touw (1863- 1944) als ingenieur bij de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij. Van 1920 tot 1930 was hij er technisch directeur. Hij was een kleinzoon van Marijn Borger Touw (1789-1843) die beurtman was van Bergen op Zoom op Goes. [2]
[1] ‘Omzien zonder wrok’, herinneringen aan de Koninklijke Nederlandse Grofsmederij, Gert-Jan van Rijn en Monique Witteman, Jaarboek Dirk van Eck-Stichting, Leiden 1998.
[2] Als zoon van een Bergse schipper kan ik het niet nalaten dit te vermelden. Het is verre, heel verre familie.
Maak jouw eigen website met JouwWeb