21. GRONINGSE SCHEEPSWERVEN
De provincie Groningen heeft veel scheepswerven gekend. In de negentiende eeuw werden daar veel voornamelijk kleinere houten zeeschepen gebouwd. Emmo H. Meursing (1822-1891) richtte in 1855 samen met A.M. Prins een vennootschap op voor de bouw van ijzeren schepen.[1] Begin januari 1856 werd er een ijzeren trekschuit besteld.[2] Het eerste ijzeren koftjalkschip Hoogezand liep eveneens in 1856 te water. Het 55 roggelasten grote schip werd gevoerd door kapitein H. Beekman uit Oude Pekela.[3] Het bouwen in ijzer bleek geen succes. De Groningse reders en kapiteineigenaars durfden het nog niet aan. Na het te water laten van de Hoogezand waren er plannen om een ijzeren barge te bouwen voor rekening van de schuitevaarders Hulsing en Bisschop uit Veendam. Het zou gebouwd worden geheel naar de constructie van een Amerikaanse clipper en overeenkomstig de eisen des tijds sierlijk en voor het reizend publiek gemakkelijk ingericht worden. Kijk, zo duikt er per toeval een binnenscheepje op met klipperkenmerken.
In de gegevens van de Scheepsmetingsdienst vond ik nog dat er in 1872 in Nieuwe Pekela een ijzeren trekschuit was gebouwd, 19.29 x 3.22 meter en 39 ton groot. In 1905 was T. de Wit uit Wildervank hiervan de eigenaar. Verder vond ik nog tjalkschip De Vrouw Trijntje gebouwd in Stadskanaal 1872, 18.60 x 4.07 meter en 58 ton groot. Eigenaar in 1902 was B. Spoelstra uit Hoogkerk. Dan volgen nog een klein aantal schepen gebouwd in 1880 in verschillende Groningse plaatsen.
[1] Zie voor zijn broers hoofdstuk 12 Werf de Nachtegaal van W. en A.H. Meursing
[2] Groninger Courant 04-01-1856
[3] Groninger Courant 23-04-1856
Maak jouw eigen website met JouwWeb