16. CAPELLE AAN DEN IJSSEL
Aan de overkant van de Hollandse IJssel zaten ze ook niet met hun duimen te draaien. In Capelle aan den IJssel bevonden zich ook meer werven. De vanouds bekende werf in Keeten van A.P. Hoogendijk bouwde vanaf 1867 enkele ijzeren schepen. Niet vergeten moet worden dat in het begin van de negentiende eeuw de casco's voor de houten stoom- schepen bestemd voor de Nederlandse Stoomboot Maatschappij door de firma W. & J. Hoogendijk werden gebouwd. Dat waren de grootvader en de oudoom van A.P. Hoogendijk. Arie Pieter begon in 1867 met de bouw van een ijzeren schroefstoomboot en in hetzelfde jaar bouwde hij de Vater Jahn, een sleepschip van 382 ton voor Stachelhaus & Buchlob uit Mülheim an der Ruhr. Arie Pieter Hoogendijk (1825-1897) ging in 1873 failliet.
Ook Firma A. Kalkman & Zonen - de naam werd gevoerd vanaf 1883 - begon in 1877 onder leiding van Anthonie Kalkman (1820-1896) eveneens met een ijzeren schroefstoomboot. Het tweede schip was in hetzelfde jaar de Louise, een zeilschip voor H. van Ingen uit Gennep en slechts 43 ton groot. Deze werf had wel Duitse klanten maar de Nederlandse opdrachtgevers waren veruit in de meerderheid. De werf was in bedrijf van 1873 tot 1910, op de plaats waar van 1946 tot 2001 de Ysselwerf/YVC was gevestigd.
Afbeelding 17. Sleepschip Bosporus te Rotterdam in de Leuvehaven. Het schip was in 1879 voor Hermann Weisbarth (Oberwesel 1834-Mannheim 1886) op een werf in Capelle aan den IJssel gebouwd. Het is niet bekend of de bouwwerf Kalkman of Vuijk was. Een aardig detail is het bankje onder het stuurrad, zodat er zittend gestuurd kon worden.
De belangrijkste werf in Capelle aan den IJssel was zonder twijfel de werf A. Vuijk & Zonen. De werf was eind 1872 door Adrianus Vuijk (1839-1910) opgericht. Adrianus had van 1869 tot 1872 op een scheepswerf in Duisburg gewerkt. Zijn zoons Leendert en Wouter zijn daar geboren. In verschillende publicaties wordt verondersteld dat Vuijk naar Duitsland is gegaan om daar het scheepsbouwvak te leren. Hij ging op 30-jarige leeftijd naar Duisburg, een leeftijd waarop de gemiddelde scheepsbouwer al lang volleerd was. In Duitse publicaties kun je lezen dat er in de negentiende eeuw Duitse scheepstimmerlui naar Nederland gingen om daar hun licht op te steken. Mijn vermoeden is dan ook dat Vuijk zijn vakkennis bij de Oosterburen te gelde heeft gemaakt zodat hij het beginkapitaal vergaarde om eenmaal terug in Nederland een eigen werf te beginnen. De eerste werf van Vuijk was in Keeten, in 1897 volgde de tweede werf dicht bij het dorp. Als eerste ijzeren schip kan de Christina worden genoemd, dit in 1877 voor de Gebroeders Fendel gebouwde schip was 525 ton groot. Vuijk had heel veel Duitse opdrachtgevers. Zijn periode in Duisburg heeft hem geen windeieren gelegd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb