3. LEGGERS VAN DE SCHEEPSMETINGSDIENST

 

In de bibliotheek van het Maritiem Museum Rotterdam bevinden zich sinds 2008 de leggers van de Scheepsmetingsdienst, waarin vermeld de scheepsmetingen vanaf 1899. Omdat schepen vaak werden overgemeten staan er ook gegevens in van oudere schepen. Dankzij George Snijder en zijn team van vrijwilligers zijn de gegevens van de Scheepsmetingsdienst op internet beschikbaar gekomen. In de database kan op elk gegeven gesorteerd worden.[1] Dit werk kan niet genoeg geprezen worden. Mijn bestanden van de Rijnschepenregisters en van de Scheepsmetingsdienst heb ik gekoppeld. Dubbeltellingen zijn er zoveel mogelijk uitgezeefd.[2]

In het zo ontstane bestand kwam ik op een aantal van 527 schepen, bijna een verdubbeling ten opzichte van mijn onderzoek uit 1990. Van 438 schepen is de tonnage bekend, een score van 83 %. Rijst toch de vraag hoe groot de schepen waren waarvan de tonnage niet bekend is. Het gaat hier toch nog om 89 schepen. Wanneer die allemaal bijvoorbeeld kleiner dan 50 ton zouden zijn, zou dat bijna een kwart van alle schepen inhouden. Dan zou ik mijn stelling, dat er weinig kleine schepen zijn gebouwd, niet kunnen handhaven. Gelukkig is van de schepen met een onbekend tonnage wel het type bekend. Daar valt op te merken dat de kleinste scheepstypes zoals pakschuiten, westlanders en boeieraken maar een paar keer voorkomen. De grotere scheepstypes als de sleepschepen en de lichters zijn veruit in de meerderheid.

[1] Link naar de site:  https://s2ho.nl/LSD/top/common/toonSchepeninLSD.php

[2] Het gaat hier om de jaargangen 1879, 82, 98, 1908 en 1914. Dat het juist deze jaargangen zijn heeft te maken met het feit dat ik deze in huis heb.

Afbeelding 3. De achterschepen van de Koeln No 10 en de Koeln No 29, de eerste gebouwd in Seraing in 1843, de tweede in Luik in 1847. No 29 was 48.40 m. lang en 6.31 m. breed en was 358 ton groot. Foto is een uitsnede van een ansichtkaart van de Leuvehaven te Rotterdam omstreeks 1905.

 

4. NIET ALLES WAT OP INTERNET TE VINDEN IS OF WAT GEDRUKT STAAT IS WAAR

 

Zo af en toe duikt er in de leggers van de Scheepsmetingsdienst een schip op dat in een bepaalde plaats in een vroeg jaar moet zijn gebouwd. Ik moet toegeven, ik heb niet alle gegevens in de originele bronnen kunnen controleren. Nu worden er in elke boekhouding fouten gemaakt. Maar wat moeten we denken van een ijzeren westlanderschip dat gebouwd is in Alphen aan den Rijn in het jaar 1842. In 1878 is er volgens de leggers van de Scheepsmetingsdienst in hetzelfde Alphen een roefbokschip gebouwd. Dat laatste is natuurlijk mogelijk. Nu zitten er tussen 1842 en 1878 36 jaar. Ik vraag me af: zijn er in die tussenliggende jaren nooit meer ijzeren schepen gebouwd in Alphen? Zouden dan alle aangeschafte materialen en werktuigen ongebruikt zijn gebleven of misschien afgedankt? Dat is moeilijk voor te stellen. Meer waarschijnlijk is het dat er een fout in het noteren van het bouwjaar of bouwplaats is geslopen.

Verder komt er nog een lichterschip voor dat in 1860 in Nijmegen gebouwd moet zijn. Dan zou er in die stad tot 1880 nooit meer in ijzer gebouwd zijn. Ook dat lijkt me sterk. Roosendaal staat ook niet bekend om de bouw van ijzeren schepen. Daarom is het zeer uitzonderlijk dat het ijzeren tjalkschip Geertruida van J.J. Steketee uit Middelburg in 1874 in Roosendaal gebouwd zou zijn. Wat moet ik bijvoorbeeld denken van het ijzeren schip Antonio dat in 1869 in Waspik gebouwd zou zijn. Terwijl ik weet dat Ruijtenberg als eerste werf te Waspik pas in 1884 begon met het bouwen in ijzer. Het Rijnschepenregister van 1898 geeft als bouwjaar voor de Antonio 1896. Ik heb ervoor gekozen om bovenstaande en andere bijzondere gevallen buiten mijn onderzoek te laten. Laat duidelijk zijn dat er geen enkele scheepsadministratie bestaat, zowel van het Rijk als van gemeenten, zonder fouten of hiaten.

In mijn onderzoek ontbreken nog steeds schepen. Ik heb niet de indruk dat het om honderden schepen gaat. Naar schatting gaat het misschien om enkele tientallen. Soms komen er zeer oude grote ijzeren sleepschepen voor die oorspronkelijk als stoomsleepboot zijn gebouwd. Niet altijd is het gemakkelijk om dat te achterhalen. Toch geloof ik dat mijn huidige onderzoek betrouwbare conclusies oplevert ten opzichte van de bouw van ijzeren schepen voor de Rijn- en binnenvaart in periode 1841-1880.

Afbeelding 4. IJzeren sleepschip Kurt (ex stoomsleepboot Ruhrort III) ca 1902 in de Nieuwe Haven te Dordrecht. De Ruhrort III was in 1842 in Engeland gebouwd. Volgens IVR 1898 was het schip van H. Rieth & Co te Antwerpen. De zetschipper was J.G. Bruys. De Duitser Heinrich Peter Rieth (1844-1918) woonde in Antwerpen en handelde in Russische petroleum. Het bedrijf had een vestiging in Mannheim en een in Antwerpen. [Foto is afkomstig uit het boek Weerzien met de oude binnenvaart van Rob Martens en Lieuwe Westra. p.30.]

Afbeelding 5. Leuvehaven omstreeks 1910, deze Rotterdamse haven maar ook de Wijnhaven waren de havens waar de ijzeren Rijnsleepschepen van het eerste uur gelost en geladen werden. Op de achtergrond een ijzeren sleepschip met een flinke vlieger opzij. De Zuiderkerk torent boven alles uit.

 

TERUG NAAR  INLEIDING

Maak jouw eigen website met JouwWeb