Financiële positie van de Bergse schippers rond 1850

 

 

De Bergse traditionele zeilende beurtvaart raakte steeds meer marktaandeel kwijt. Waren er in 1845 nog 17 beurtschippers, hun aantal was in 1850 tot 13 gezakt. Eind 1858 waren er nog 10 van over.[1] Tot dusverre lijkt het een klaagzang. In de bestaande literatuur wordt het midden van de negentiende eeuw als een belangrijk kantelpunt voor de binnenvaart gezien. Het kan dus geen kwaad om eens naar de financiële positie van de Bergse schippers te kijken.

           

Er waren rond 1850 / 1851 een drietal verkiezingen voor de Tweede Kamer, Provinciale Staten en Gemeenteraad. Het kiesrecht was afhankelijk van de te betalen belasting: het zogenoemde censuskiesrecht. De door Thorbecke tot stand gebrachte kieswet uit 1848 gaf 75.000 mensen kiesrecht op een bevolking van drie miljoen. Dat was twee en half procent. Op de totale Bergse bevolking van 8518 zielen in 1850 / 1851 bezaten 379 personen het kiesrecht. Dat komt neer op iets minder dan 4,5 procent. Dit percentage is hoger dan het landelijk gemiddelde. 22 van de 379 Bergenaars die kiesgerechtigd waren schipper. De census bedroeg in Bergen op Zoom ƒ 26 in de directe belasting.

 

BELASTINGSYSTEEM

De directe belasting bestond uit de grondbelasting en de personele belasting. Sinds 1826 werd de personele belasting geheven op onder andere: huurwaarde, deuren en vensters, meubilair, dienstboden, paarden en het aantal haardsteden. De grondbelasting was een heffing op de gebruikswaarde van onroerend goed.

 

Zonder de berekening van het patentrecht zouden twee schippers de census niet gehaald hebben. Het patentrecht was een belasting op het drijven van een nering. [2] Sommige beroepen kenden vrijstelling van het patentrecht. Dit laat zien dat twintig schippers alleen al voor de grond- en personele belasting boven de ƒ 26 belasting betaalden. In 1850 / 51 waren er naar schatting 33 schippers.[3] Twee derde van hen was dus kiesgerechtigd. Het gaat misschien te ver om deze schippers in te delen bij de welgestelden, maar ze kunnen zonder meer worden gerekend tot de redelijk gegoede lieden.

 

[1] MHC, Archief G.B. 1814-1925 rekest 16-09-1858

[2] De Mooij, ‘Rond de Kieswet’, 111-125.

[3] Zie pagina 81.

 

VERVOLG KLIK Beurtschip vergaat 1852

Maak een Gratis Website met JouwWeb