VERVOER OVER WATER EIND ACHTTIENDE EEUW

Eind achttiende eeuw waren de nog grotendeels onverharde landwegen in Nederland grote delen van het jaar onbegaanbaar. Het transport over water van zowel passagiers als goederen daarentegen was in die tijd goed geregeld. De beurtvaart was gehouden aan strakke reglementen en werd door de stedelijke overheden gecontroleerd. Er bestonden trekschuiten die in speciaal daarvoor aangelegde trekvaarten reizigers comfortabel van de ene naar de andere plaats vervoerden. Deze trekvaarten waren voornamelijk geconcentreerd in wat nu de Randstad heet, maar ook in Friesland en Groningen waren ze te vinden.[1]

Op de Zuiderzee, de Waddenzee en in Zeeland voeren net als op de ruime rivieren en meren zeilende beurtschepen die pakketgoederen en passagiers vervoerden. We moeten ons geen overdreven voorstelling maken van het formaat van deze schepen. Op belangrijke beurtveren zoals die tussen Middelburg en Dordrecht waren schepen van 40 tot 50 ton in de vaart. Dit waren tjalkachtige vrij rond gebouwde schuiten en ponen. Deze schepen hadden een paviljoen, dat wil zeggen een verhoogd achterdek voorzien van zijramen waar de beter gesitueerde passagiers konden plaatsnemen. De plaatsen in de roef en vooronder waren goedkoper en het voordeligst was het ruim. Volgens de resolutie in 1805 van de stad Schiedam van het veer Schiedam op Bergen op Zoom waren de tarieven voor het afhuren van het paviljoen ƒ 13, voor ieder persoon in hetzelve ƒ 3, voor ieder persoon in het vooronder ƒ 1.10 en voor ieder persoon in het ruim 15 stuivers. [2]

 

               BEURTSCHEPEN GEVORDERD DOOR DE FRANSEN

 

Nadat de Franse revolutionaire legers zonder slag of stoot in januari 1795 Bergen op Zoom waren binnen gekomen, werden de beurtschippers meteen gedwongen om Franse troepen met hun bagage en ammunitie te vervoeren. Op 24 oktober 1795 dienen de beurtschippers mede namens hun …absente mede confraters… een rekest in bij de Municipaliteit om er voor te zorgen dat zij betaald kregen. Nog niets hadden zij ontvangen. Meermalen waren ze gedwongen geweest reizen te doen, voornamelijk naar Zeeland. Niet eerder hadden zij meegemaakt dat schepen die al geladen waren moesten lossen om dan voor de Fransen te varen. Ergerlijk vonden ze het ook dat lading en passagiers nu werden vervoerd door niet-beurtschippers. De beurtschippers keken neer op collega’s met hun kleinere …hengsten, booten of andersints… Overal elders werden volgens rekestindieners de beurtschippers ontzien om de commercie niet te stremmen. De ondertekenaars waren Adam Mulders, Willem Janse van Dort, Hd. Gz. Kroon, Cornelis van Dort, Engel van der Kuyl, Daniel Tou, Jan de Brij, Jacob Koopmans, Cornelis Jans van Dort en Cor. Zeegers.[3]

[1] Hadfield, World Canals, 50.

[2]: Resolutien genomen bij de kamer van koophandel, assurantie, avarij en zeezaken der stad Schiedam. Gerechten van Schiedam No. 732. Via www.schiedam.nl/archieven-en-collecties

[3] MHC Archief Franse tijd

 

VERVOLG KLIK Scheepvaart I - 3