R - S

 

RIBBENS                                                           CHRISTELIJK GEREFORMEERD

 

De familie Ribbens kwam van Zierikzee. Zij exploiteerden daar een stoombootdienst op Rotterdam.

 

Hubrecht (Huib) [de Stop] Ribbens [Chr.Geref.] (1887-1983) zoon van zeilmaker Leendert Cornelis Ribbens[1] en Antonia Agnes van Dort[2]. Huib huwde 1910 met Rosina Agatha (Siene)Touw (1887-1942) dr.v. schipper Bastianus Wilhelmus Touw en Elisabeth Wilhelmina Hendrica Pilaar.[3] Huwde 2e 1943 met Jacoba Laura Engel (Rotterdam 1899-1963) en huwde 3e 1964 met Hendrina Markusse (Axel 1902-1972). Huib was in 1911 lid geworden van de Begrafenissociëteit. Hij heeft op verschillende schepen gevaren. 1. In 1914 sleepschip Maria II van 709 ton[4], daarna in 1926 de Maria III een sleepschip van 881 ton.[5] Later had hij de Rosina, een grote zogenaamde salonkast, een sleepschip van 1351 ton. Het tachtig meter lange schip was in 1925 te Papendrecht gebouwd. Het huwelijk bleef zonder kinderen. Zijn bijnaam had hij te danken aan zijn onverzettelijke karakter. Ook om zijn kracht, niemand kon om hem heen. Op 92-jarige leeftijd ranselde hij eigenhandig een inbreker zijn huis uit.

[1] Leendert handelde ook in schepen. Op 3 juli 1897 zette hij een advertentie in Schuttevaer: …te koop paviljoenaak 30 last om dadelijk te aanvaarden…

[2] Dochter van Marijnis van Dort en Geertruida Antonetta de Jager. Zie VAN DORT 2 sub III j.

[3] Zie TOUW 2 sub III c.

[4] IVR 1914

[5] IVR 1926

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

RÜBSAAM                                                                                         HERVORMD

 

Ook geschreven als Rübsamen, Ruebsaam en Rubsaam. In de aangiften bij de Burgerlijke Stand wordt de naam met en zonder umlaut geschreven. In het geval dat de naam op de akte zonder umlaut genoteerd staat is de handtekening met. Ook het omgekeerde komt voor. Via de familie Van Dort komt Rübsaam in de schipperswereld. De kleinzoon van Johann Jacob Rübsamen zal in 1889 de eerste succesvolle Bergse stoombootonderneming oprichten. De eerste schipper van de familie Rübsaam is:

 

I. Cornelis Rübsaam (1810-1866) zoon van de uit Wetzlar (D) afkomstige kleermaker Johann Jacob Rübsamen [Luth.][1] en Josina van Dort.[2] Cornelis huwde in 1849 met Jacomina Johanna (ook Johanna Jacomijna) van Dort (1825- Zeist 1912) dr.v. schipper Gerrit van Dort en Elisabeth Mulders.[3] Cornelis is in 1839 beurtschipper op Amsterdam. Hij verklaarde dat hij van jongs af aan tot de schipperij is opgeleid en dat hij ruim zeven jaar bij zijn oom Marinus van Dort heeft gevaren.[4] In 1845 eigenaar van de Eendragt en beurtman op Amsterdam.[5] P.Pikaar en D.Touw varen bij hem als knecht. Adres 1840 Steenbergse-straat 131.[6] In 1850/60 Zuidzijde Haven 59 <doorgehaald en veranderd in Noordzijde Haven 21.[7] Adres 1860/80 NZ Haven 21.[8] Wanneer Cornelis in 1866 overlijdt, behoudt de weduwe het veer en neemt als zetschipper haar vrijgezelle broer Christiaan van Dort (1830-1884). Uit het huwelijk Rübsaam-van Dort: 1 dochter en 1 zoon. Dochter Jozina Cornelia Rübsaam (1849-1886) huwde 1871 met beurtschipper Govert Johannes van Nispen.[9] Zoon Jacob Cornelis volgt II.

 

II a. Jacob Cornelis Rübsaam (1854-1935) huwde met Annigje Melsje van Houwelingen (Sliedrecht 1859-1923) Jacob is 1880/00 beurtschipper en  Ondernemer eener stoombootdienst.[10] Adres: 1880/00 Noordzijde Haven D 88 <doorgehaald D 22.[11] In 1920-38 adres Noordzijde Haven 44.[12] In 1890/92 is Jacob eigenaar van de schroefstoomboot Anna, 160 ton groot.[13] Vaste beurt op Amsterdam- Zaandam en tussenliggende plaatsen.            

 Tengevolge van het drukke vervoer van suikerproducten zal de heer J.Rubsaam te Bergen op Zoom deze week (okt. 1899) vandaar op Amsterdam een tweede stoomboot in de vaart brengen.[14]

 Uit het huwelijk Rubsaam-van Houwelingen 1 dochter en 3 zoons bekend. Zoon Adrianus Marinus volgt III

                       

III. Adrianus Marinus Rübsaam (1891-1942) in 1917 expediteur en in 1920-38 reder.[15] Huwde Amsterdam 1917 met Ida Cornelia Adriana Stap (Leiden 1893-....) dr.v. Herman Stap en Adriana Zonneveld.

In 1917 had de firma J.C. Rübsaam een geregelde stoombootdienst tussen Bergen op Zoom en Amsterdam, Zaandam, Rotterdam, Schiedam, Gouda, Leiden, Haarlem, Utrecht, Dordrecht en Tholen. Deze dienst had plaats door de stoomboten: Anna, Stad Bergen op Zoom, Stad Tholen en de Exelsior. 

[1] Volgens VT 1812 was hij geboren in Maastricht. Ook Ruebsaam en Riepsaam.

[2] Dochter van Cornelis Marijnisse van Dort en Magdalena Augustijn.

[3] Zie VAN DORT 2 sub I..

[4] MHC 27 b

[5] SVS 1845

[6] VT 1840

[7] BR 1850/60

[8] BR 1860/80

[9] Zie VAN NISPEN 1 sub II c.

[10] BR 1880/00

[11] BR 1880/00

[12] GK 1920-38

[13] PB 1890/92

[14] Weekblad Schuttevaer 21 okt. 1899.

[15] GK 1920-38

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

VAN SCHIJNDEL                                                                               KATHOLIEK

 

De familie Van Schijndel was afkomstig uit Steenbergen. Een aantal van hen heeft jarenlang van Oude Tonge gevaren. Maar door huwelijken met Bergse schippersdochters kan deze familie toch opgenomen worden. Enkelen vestigden zich te Bergen op Zoom.

 

I. Adriaan van Schijndel, schipper en zoon van Kornelis van Schijndel en Joanna Verhelst huwde Steenbergen 1838 Adriana de Looij dochter van Jacob de Looij en Catharina Theresia de Bruin. In 1867 Rijnpatent voor tjalkschip De Vrouw Adriana groot 78 ton.[1] Uit hen Cornelis volgt II a. en Joannes volgt II b.

 

II a. Cornelis van Schijndel (Steenbergen 1839-....) huwde Oude Tonge 1869 met Elizabeth Krouwer, dr.v. Reinier Krouwer en Johanna Jacobs. In 1873 Rijnpatent voor tjalkschip De Vrouw Elizabeth groot 69 ton.[2] Uit hen Adrianus volgt III a.

 

III a. Adrianus van Schijndel (Oude Tonge- 1932 verdronken te Dordrecht) huwde Clementine de Vos (Steendorp-B.). Adrianus voer op de klipper Clementine met domicilie Steendorp. Uit hen dochter Maria (Steenwijk 1904-….) huwde Huijbregt Jacobus van Dort.[3]   Zoon Cornelis volgt IV a.

 

IV a. Cornelis (Nilleke) van Schijndel (1903-….) huwde Willemina van Dongen, dr.v. Cornelis van Dongen en Rieka Tuns. Nilleke voer op motorschip Clementine 400 ton.

 

II b. Joannes (Jan) van Schijndel (Steenbergen 1847-….) huwde 1872 met Catharina van Nispen (1849-….) dr.v. Chris-tiaan van Nispen en Catharina P. van der Meeren.[4] Jan is in 1860/80 schipper[5] en in 1872/73 is Jan van Schijndel eigenaar van De Vrouw Catharina een tjalk van 42 ton.[6] Adres: 1880/00 als zetschipper voor H. Vrins aan boord van de stevenaak Onderneming, later Catharina, gezin vertrekt 15 maart 1886 naar Dordrecht.[7] Uit het huwelijk van Schijndel-van Nispen 9 kinderen.  Dochter Elisabeth (Nijmegen 1885). Zoon Adrianus volgt III b.

 

III b. Adrianus van Schijndel (1877-….) huwde 1905 met Catharina Maria Oosterwaal (1881-….) dr.v. schipper Constantinus Marinus Oosterwaal en Elisabeth Stolwerk.[8] Rijnpatent van Adrianus 24 nov. 1903 geldig tot Mann-heim. Hij voer in 1908 als zetschipper voor zijn schoonvader C.M.Oosterwaal op de brusselaar Elisabeth.[9] In 1926 is Adrianus eigenaar geworden van dit schip.[10] In 1935 laat Adrianus dit schip bevaren door zetschipper W.F.G. van Holt.[11] Zelf vaart hij dan op zijn nieuwe schip Constant, gebouwd te Papendrecht 1929 en 630 ton groot. Thuishaven blijft Bergen op Zoom. Uit het huwelijk Van Schijndel-Oosterwaal drie dochters en een zoon.

[1] RD

[2] RD

[3] Zie VAN DORT 1 sub V c.

[4] Zie VAN NISPEN 2 sub II b.

[5] BR 1860/80

[6] PB 1872/73

[7] BR 1880/00

[8] Zie OOSTERWAAL sub IV b.

[9] IVR 1908

[10] IVR 1926

[11] IVR 1935

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

SEP                                                                                                      KATHOLIEK

 

I. Petrus Sep (Oudenbosch 1860-Dordrecht 1950) schipper, zoon van arbeider Willem Sep en Wilhelmina Graste, huwde Rotterdam 1883 met Theresia Geertruida Johanna Oosterwaal (1856-Dordrecht 1933) dochter van schipper Johannes Emilius Oosterwaal en Catharina Maria La Fontijn.[1] Petrus voer eerst 1892-1898 als zetschipper op het 812 ton grote sleepschip Petrus van H.E. Daverveldt[2] later is hij eigenaar van de kempenaar St.Petrus[3] met als thuishaven Bergen op Zoom. Dit schip is in 1913 te Vrijenban gebouwd. Vertrekken 1921 naar Dordrecht. Uit het huwelijk Sep-Oosterwaal 7 dochters en 3 zoons. Zoon Wilhelmus Johannes volgt II a en zoon Cornelis Johannes volgt II b.

 

II a. Wilhelmus Johannes Sep (1888-Dordrecht 1966) tr. Gorcum 1923 met Henrica Anna Neijenhoff (Gouda 1886-Dordrecht 1975) schippereigenaar van St Petrus nr. 2 .[4] Deze kempenaar werd 1923 eveneens te Vrijenban gebouwd. Domicilie Bergen op Zoom. Uit hen 3 zoons en 4 dochters.

 

II b. Cornelis Johannes Sep (1894-Dordrecht 1966) schipper, nam de kempenaar St Petrus van zijn vader over.[5] Hij ver-trekt in 1921 naar Dordrecht. Huwde Waspik 1923 met Delphina Johanna Petronella Timmermans (Keulen 1895-Dordrecht 1966) Uit hen 6 dochters en 3 zoons.[6]

[1] Zie OOSTERWAAL sub III b.

[2] IVR 1892 en 98

[3] IVR 1914

[4] IVR 1926

[5] IVR 1926

[6] enkele gegevens overgenomen van www.stamboomsep.nl

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

SMOUT                                                                   HERVORMD  /  KATHOLIEK

 

De familie Smout is een oude Bergse familie. Zij komen echter niet voor in het schippers- en vissersgilde. Cornelis Smout huwde Anna van der Kuijl. Uit hen: dochter Willemina Paulina (ca 1798-1874) huwde 1849 met Cornelis J. van Dort.[1] Zoon Theodorus volgt I.

[1] Zie VAN DORT 2 sub II a..

 

I. Theodorus Smout (1803-1883) huwde 1835 met Maria de Jager (1810-Maastricht 1881) dr.v. Wilhelmus de Jager en Anna Maria Augustijn. In 1831 eigenaar van een boot van 11 ton.[1] Theodorus is 1835 schipper. Ook in 1840 en 1860/80 schipper.[2] In 1845 eigenaar van De Vrouw Maria in de zogenaamde Brede Beurt.[3] Adres: Noordzijde Haven 16 a (1 huisgezin 3 inw.) Op dit adres dreef hij tevens een slijterij. In 1871/73 eigenaar van De Vrouw Maria een boeier van 20 ton.[4] Uit het huwelijk Smout-de Jager 2 dochters en 3 zoons. Zoon Cornelis volgt II a en zoon Willem Theodorus volgt II b.

 

II a. Cornelis Smout (1835-Arnhem/Doetichem 1915[5]) huwde 1e Terneuzen 1869 met Catharina de Zeeuw[6] (Ter-neuzen1836-Terneuzen 1871) dr.v. Johannes de Zeeuw en Catharina Donze. Cornelis huwde 2e 1876 met Maria Catha-rina de Haas[7] [Geref] (1836-Doetinchem 1927) dr.v. Marinus Johannes de Haas en Anna Augustijn.[8] Cornelis is in 1876 schipper. In 1880/00 schipper (doorgehaald) zonder beroep. Beroep op overlijdensakte schipper. Adres: Noordzijde Haven D 16 <doorgehaald 17.[9] In 1890/91 eigenaar van de Maria Catharina een boeieraak van 32 ton.[10] Catharina de Zeeuw had 2 dochters uit haar 1e huwelijk. Uit het 2e huw. van Cornelis 1 dochter en 1 zoon bekend.

 

II b. Willem Theodorus Smout (1843-1911) huwde 1871 met Anna Catharina van Mechelen [Kath.] (1850-1937) dr.v. Adrianus van Mechelen en Maria van Elsakker. In 1880/00 is Willem Commissaris der beurtveren en scheepsbevrachter. Samen met C. Asselbergs en C. Vrins exploiteerde W.T. Smout de klipper Noordland en een 884 ton groot sleepschip Deliana Maria dat in 1908 aan de Moerdijk was gebouwd. Het was ondergebracht in de N.V. tot exploitatie van het schip Deliana Maria te Bergen op Zoom. Zijn zoon Jacobus Dionisius volgt III a.

 

III a. Jacobus Dionisius (Jac. D.) Smout [Kath.] (1878-1959) huwde Halsteren 1906 met Maria Helena Cornelia van Trijen [Kath.] (Halsteren 1883-1959) dr.v. Antonius van Trijen en Pieternella Cornelia de Wit, was evenals zijn vader scheepsbevrachter.

Weekblad Schuttevaer 26-03-1904: Kiel gelegd werf Firma D.P. van Suijlekom & Zonen te Raamsdonk-veer van een schip van 560 ton voor rekening van Jac.D Smout.

In 1920-38 adres Noordzijde Haven 28< doorgehaald en veranderd in Lange Parkstraat 1.[11]   Jac D. Smout inves-teerde op veel manieren in schepen. Naast zijn privébelangen in schepen treedt hij op in veel combinaties als financier of mede-eigenaar van nieuwbouwschepen. De ene keer heeft hij samen met firma Rübsaam een belang in een nieuw motorschip, de andere keer ziet hij kans om met andere Bergenaars een nieuw sleepschip in de vaart te brengen. Samen met J.H.Rockx, D.J.Touw, A. De Haas-Weijts, A.Jagt en J.B.C.Touw bezit Smout de sleepschepen Maria en Maria II, respectievelijk 760 en 709 ton groot. In 1924 participeert hij in de N.V. Rübsaam en Smout’s Transport- en Handel Maatschappij te Bergen op Zoom.[12]

[1] BST 1831

[2] VT 1840 en BR 1860/80

[3] SVS 1845

[4] PB 1871/73

[5] In Genlias in twee plaatsen overlijden aangegeven.

[6] Genlias: bruid weduwe van Theodorus Geertruidis Steenkamp.

[7] Zij was weduwe van Cornelis van Dixhoorn, broodbakker. Uit dit huwelijk drie dochters.

[8] Zie DE HAAS 1 sub II a.

[9] BR 1880/00

[10] PB 1890/91

[11] GK 1920-38

[12] Het Vaderland, 19 september 1914.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

SMOUT  2                                                                                          HERVORMD

 

Verwantschap met bovenstaande familie Smout moet liggen in eerdere generaties.

 

I. Pieter Smout (1810-1882) [Herv.] zoon van voerman Hendrik Smout en Tanna Hoek[1] huwde 1834 met Dimphna (ook Dijna en Dingena) Steenbak (1812-1891) [Kath.] dr.v. Johannes Steenbak en Maria Andriessen (fruitverkoopster). Pieter is in 1830 en 1850/60 schippersknecht.[2] In 1860/80 en 1880/00 schipper.[3] Adres 1830 Zuidzijde Haven 72 (1 huisgez. En 5 inw.). In 1850/60 en 1860/80 Zuidzijde Haven 74 a.[4] P.Smout is ondertekenaar van rekest 1858. In 1871/73 eigenaar van De Vrouw Dingena een tjalk van 69 ton.[5] Uit het huwelijk Smout-Steenbak 6 dochters en 3 zoons. Dochter Tanna (1835- Vught 1890) huwde schipper Daniel Johannes Touw (1832-….)[6]

[1] Hendrik en Tanna huwen BoZ 14-05-1808

[2] VT 1830 en BR 1850/60

[3] BR 1860/80 en 1880/00

[4] BR 1850/60 en 1860/80

[5] PB 1871/73

[6] Zie TOUW 1 sub II a.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

STADHOUDERS                                                    KATHOLIEK  /  HERVORMD

 

I. Adrianus Huibrecht Stadhouders [Herv.] (1897-1978) schipper, zoon van smid Gerardus Adrianus Stadhouders[1] [Kath.] en Agatha Johanna Maria van Dort[2] [Herv.]. Adrianus voer op het sleepschip Electra van een Franse Rijnvaartmaatschappij en huwde met Maria Hendrica Maria Stolwerk [Kath.] (1893-1977) dochter van kermisreiziger, later logement-houder Henricus Stolwerk en Johanna Schutteler. Adres: Vischmarkt 13 boven < doorgehaald aan boord van het schip. Uit het huwelijk Stadhouders-Stolwerk o.a.:

 

II. Gerardus Johannes (Gerard) Stadhouders [Kath.] (1921- Rotterdam 1983) schippersknecht, kapitein Rijnvaart, havenmeester te Rotterdam. Huwde Cornelia Antonia Olislagers. Eerst als matroos aan boord van sleepschip Dina II van A. Fricke[3], daarna kwam hij aan van mei 1941 tot apr. 1943 aan boord van m.s. Attacus van E.W.H.Touw. [4]

[1] Geb. 1872 en zoon van koetsier Adrianus Stadhouders en Catharina Petronella Wilhelmina van Campen,

[2] Dochter van Huibrecht Jacobus van Dort en JohannaJacoba van Dort. Zie VAN DORT 1 sub III f.

[3] Zie TOUW 2 sub IV e.

[4] Zie TOUW 2 sub V h.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX