LA FONTIJN, GASTELAAR EN DE GEEP

 

LA FONTIJN                                                                                              KATH.

 

De familie (de) La Fontijn is een oud Bergs vissersgeslacht. Een van de ondertekenaars van een rekest dat de Bergse vissers op 23 april 1679 indienen is Balten Jacobse de la Fonteijn. Niet minder dan 8 verschillende leden van deze familie bekleden functies in het vissersgilde in de periode 1681-1796. In de 18e eeuw, in de jaren 1716-1731, komt de naam La Fontijn ook voor in de registers van het schippersgilde.

 

Alexander Rudolphus La Fontijn (1797-1873) zoon van visser Johannes La Fontijn[1], en Maria Jansen. Alexander huwde 1833 met Maria Pauwelijn (Goes ca. 1796-1878) dochter van Joannes Pauwelijn en Anna Koevoet. In 1824 eigenaar van een damschuitje.[2] Hij is in 1829 beurtschipper op Vlissingen. In 1831 eigenaar van een schuit van 50 ton.[3] Doet in 1835 vrijwillig afstand van het beurtveer op Dordrecht. Hij woonde 1830 Zuidzijde haven 97. [4] Uit het huwelijk La Fontijn-Pauwelijn een dochter: Anna Maria Margaritha La Fontijn (1833-1859). Cornelius, de een jaar oudere broer van Alexander, is visser en heeft in 1831 een boot van 17 ton.[5]

[1] Gezworene van het vissersgilde in 1795 en 1796.

[2] SSS 1824

[3] BST 1831

[4] VT 1830

[5] BST 1831

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

GASTELAAR                                                                                            HERV.

 

Vanaf 1687 tot 1798 bekleden 7 verschillende leden van de familie Gastelaar functies in het Schippersgilde. Het Gemeente-museum van Bergen op Zoom bezit een zilveren plakette die aangeboden was aan Adriaan Engelse Gastelaar als Deken van het Schippersgilde in 1765. De afbeelding stelt een paviljoenschip voor met een voor die tijd modern gaffeltuig. De afbeelding gaat vergezeld van de volgende tekst:

‘Die hem tot varen voegd, en doet altijd sijn vlijt, moet wesen vergenoegd, al is ’t een slegten tijd. Hij moet ook sijn beroep, en nering wel betragten en dan met lijdzaamhijd, Den zegen Gods verwagte. Maar die daar lijdt zijn tijd verslijt is waardig dat hij honger lijd’. [1]

In het Vissersgilde komt men in de periode 1673 tot 1791 12 leden van de familie Gastelaar tegen. De laatste Gastelaar die zijn brood als schipper verdiende is: Adrianus Gastelaar (1764-1852) zoon van Engel Gastelaar en Cornelia Ardewijn, huwde 1787 met Adriana Augustijn (1767-1838) dr.v. mr. potbakker Johannes Augustijn en Adriana Kroon. In 1812 schipper.[2] In 1812/13 eigenaar van La Femme Adriana (De Vrouw Adriana) van 31 ton.[3] Vanaf 19-02-1819 beurtschipper op Middelburg en Veere en vice versa. In 1824 eigenaar van een paviljoenschuit en beurtschipper op Middelburg.[4] In 1830 beurtschipper.[5] In 1831 eigenaar van een schuit van 52 ton.[6] In 1836 nog steeds beurtschipper op Middelburg. Adriaan was al voor 1820 lid geworden van de Begrafenissociëteit. Adres 1812 D 17 Rue … section 4.[7] In 1830 Noordzijde Haven 17 wijk D.[8]

[1] W.A. van Ham, Bestuur en Rechtspraak te Bergen op Zoom, 1976.

[2] VT 1812

[3] IU 1812/13

[4] SSS 1824

[5] VT 1830

[6] BST 1831

[7] VT 1812

[8] VT 1830

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX

 

 

DE GEEP                                                                                                   HERV.

 

De naam de Geep komt men tegen in het Schippersgilde van 1653 tot 1763. In 1758 is een Laureijs de Geep deken van het Schippersgilde.

 

Boudewijn de Geep, (1789-1822) zoon van Louwerens de Geep en Christina Geleedts huwde 1816 Maria Johanna de Leeuw (….-1851) dochter van Johannes Godefridus de Leeuw en Josina van der Hagen. Boudewijn was beurtschipper op Rotterdam. Hij had in 1822 nog met grote kosten zijn poonschuit bijna geheel vernieuwd.[1] In dit veer werden “capitale” vaartuigen gebezigd, die buiten de schipper, twee knechts, althans een knecht en een jongen vereisen.[2] Werd in 1820 aangenomen als lid van de Begrafenissociëteit. Uit dit huwelijk Laurentius Christianus (1816-Brussel 1872), hij heeft in 1850 voor 4/64 part een aandeel in de bark Jacoba van P. Varkevisser uit Scheveningen. De scheepsbouwer Cornelis Smit neemt 32/64 part voor zijn rekening.[3] L. C. de Geep komt voor in de lijst der 134 hoogst aangeslagenen in ’s Rijksbelastingen in 1854 in de provincie Noord-Brabant.[4] Hij stond op de 38e plaats. Lid der staten van Noord-Brabant. Zijn graftombe op de protestantse begraafplaats te Bergen op Zoom is nu een Rijksmonument.

[1] MHC 28

[2] MHC 28 26-09-1822

[3] Belder, De Ouwe Werf, 202.

[4] De Noord-Brabander, 6 mei 1854.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX