VAN DORT  2                                                      HERVORMD

 

 

Schermafbeelding2017-10-28om112347.png

 

I. Gerrit van Dort (1776- 1852) zoon van beurtschipper op Zierikzee Cornelis Jansze van Dort en Barbara Sijns, omstreeks 1812/13 eigenaar van een poon van 28 ton, de № 6.[1] In 1824 beurtschipper op Zierikzee met een paviljoenschuit.[2] In 1831 heeft hij een schuit van 42 ton.[3] Beurtschipper op Zierikzee tot 1852, tijdens een storm verongelukt. Zie hoofdstuk 5.2. Het gezin woonde Noordzijde Haven 32.[4] Gerrit was al voor 1821 lid van de Begrafenissocieteit. Hij trouwde 1e 1797 met Maartje van der Linden (1877-1807) dochter van Andries van der Linden en Johanna Janssen Schillemans. Trouwde 2e 1810 met Elisabeth Mulders (1786-1869) dochter van schipper Adam Mulders[5] en Johanna Pinse van der Aa. Uit het 1e huwelijk zes kinderen. Zoon Cornelis Johannis volgt II a. Uit het 2e huwelijk nog drie dochters en zeven zoons. Dochter Jacomina Johanna (1825-….) huwde schipper Cornelis Rubsaam[6] (1810-1868). Zoon Adam Johannes volgt II b, Johannes volgt II c, Wilhelmus volgt II d, Huibrecht Marinus volgt II e, Gerrit volgt II f, Marijnis volgt II g en de achtste en jongste zoon Christiaan van Dort (1830-1884) lid van de Begrafenis Sociëteit in 1861.

 

II a. (van I) Cornelis Johannis van Dort (1799-1873) arbeider, 1830 schippersknecht, schipper, 1858 brugophaalder, boom-sluiter, trouwde 1e 1826 met Anna Neesken Alida de Haas (1802-1842) dochter van visser Adrianus de Haas en Pieter-nella Bartels. Trouwde 2e 1843 met Willemina Paulina Smout (1798-1874) dochter van Cornelis Smout en Anna van der Kuyl.[7] Adres 1830 Zuidzijde haven 46. [8]Cornelis was in 1834 lid geworden van de Begrafenissocieteit. Uit het 1e huwelijk twee zoons. Alleen Adrianus volgt III a.

 

III a. (van II a) Adrianus van Dort (1829-1896) in 1858 schippersknecht, 1860/80 schipper. Trouwde 1858 met Catharina Everse (1835-1913) dochter van Johannes Henricus Everse en Wilhelmina Hermssen. Moeregrebstraat       73.[9]  Uit dit huwelijk negen kinderen. Geen opvolging in het schippersvak.

 

II b. (van I) Adam Johannes van Dort (1810-Rotterdam 1849) in 1833 schipperskecht,1840 schipper. Trouwde 1833 met Joanna Sophia Antonisse (1810-1871) dochter van schoenmaker Willem Antonisse en Adriana Harwijnen. Adres Noord-zijde Haven 13.[10] Adam werd in 1834 lid van de Begrafenissocieteit. Uit dit huwelijk zes kinderen. Dr. Elisabeth (1833-Utrecht 1904) huwde Jacobus Gielbert (1832-1863)[11]. Zoon Wilhelmus volgt III b.

 

III b. (van II b) Wilhelmus van Dort (1835-Dordrecht 1901) schipper, huwde Zwijndrecht 1880 Anna Visser (Putters-hoek 1835-Dordrecht 1912) dochter van Leendert Visser en Pieterje Leenheer. Wilhelmus was in 1859 lid geworden van de Begrafenissocieteit en vertrekt 1878 als schippersknecht naar Breda.

[1] IU 1812/13

[2] SSS 1824

[3] BST 1831

[4] VT 1830,40 en B.R. 1850/60

[5] Adam Mulders was een belangrijk man in het Schippersgilde. Hij was niet minder dan vier keer dekeN geweest.

[6] Zie RUBSAAM sub I.

[7] Zie SMOUT 1

[8] VT 1830

[9] BR1860/80

[10] VT 1840

[11] Zie GIELBERT sub II a.

 

II c. (van I) Johannes van Dort (1812-1894) trouwde 1836 met Agatha Nederveen (1811-1894) dochter van Jacob Neder-veen[1] en Johanna de Keijzer. Johannes is schipper vanaf 1836. Werd in 1834 lid van de Begrafenis Sociëteit. Zij woon-den achtereenvolgens Zuidzijde Haven 96, Noordzijde Haven 32 en na 1860 aan boord.  Daarna werd het Spui 157. [2] Uit het huwelijk Van Dort-Nederveen elf kinderen. Dochter Johanna Jacoba (1843-….) huwde Schipper Huibrecht Jacobus van Dort[3] (1840-1917) Zoon Gerrit Johannes volgt III c.

 

III c. (van II c) Gerrit Johannes van Dort (1841-Dordrecht 1933) trouwde 1877 met Christina Wilhelmina Mijnsbergen (1848-Dordrecht 1928) dochter van visser Johannes Pieter Mijnsbergen en Barendina Johanna Wittermans. Gerrit       was in 1871 lid geworden van de Begrafenissocieteit. In 1880/00 woont het gezin aan boord.[4] Zij vertrekken 1891 naar Halsteren. Rijnpatent 21-08-1891 tot Mannheim. Gerrit is in 1890/92 eigenaar van de Goede Verwachting een       tjalk van 89 ton.[5] In In 1891 liet hij te Papendrecht bij de werf van Wed. P.v.d. Adel de Oosterschelde bouwen, een klipper van 206 ton. De zaken gingen voorspoedig en in 1908 kwam een nieuwe Oosterschelde in de vaart, ditmaal een sleepschip van 935 ton. Het was gebouwd op werf Zeeland te Hansweert. 

NRC 12-11-1920 Den roovers die in de haven van Duisburg den Rotterdamschen schipper van Dort van het schip Oosterschelde levensgevaarlijk verwondden en ook diens echtgenote letsel toebrachten, vielen 5000 gulden, 2100 Mark, een spaarbankboekje der spaarbank te Rotterdam ter waarde van 500 gulden en een gouden heerenhorloge in handen. 

Uit het huwelijk Van Dort-Mijnsbergen een zoon en twee dochters. Dochter Bernardina Johanna trouwde 1914 met de schipper Christaan Jiskoot uit Dinteloord. Zoon Johannes volgt IV

 

IV. (van III c) Johannes van Dort (1877-....) huwde Rotterdam 1912 Adriana Hollestelle ('s-Gravenhage 1879-....). Johannes voer op de Oosterschelde , het schip van zijn vader.

[1] Zie NEDERVEEN sub I.

[2] VT1840, B.R. 1850/60 ,1860/80 en 1880/00.

[3] Zie VAN DORT 1 sub III f.

[4] BR 1880/00

[5] PB 1890/92

 

II d. (van I) Wilhelmus van Dort (1815-1878) trouwde 1846 met Hendrika Wittermans (1823-1870) dochter van potmaker Govert Wittermans[1] en Wilhelmina Elisabeth van den Berg. In 1846 en in 1860/80 schipper[2], van 1852 tot 1878 beurt-schipper op Zierikzee. Hij was in 1846 lid geworden van de Begrafenissocieteit. In 1871/72 en 1872/73 betaald hij patent-belasting voor zijn schip Acht Gebroeders, een boeier van 37 ton.[3] Adres 1860/80 Noordzijde Haven 24.[4] Uit het huwelijk Van Dort-Wittermans zes kinderen. Drie zoons volgen op als schipper: Gerrit Wilhelmus volgt III d, Adam Johannes volgt III e, Johannes Wilhelmus volgt III f.

 

III d. (van II d) Gerrit Wilhelmus van Dort (1847-1926) trouwde 1872 met Johanna Meeuwis (1841-1927) [Kath.] doch-ter van Adrianus Meeuwis en Geertruida Braat. Vanaf 1878 is hij beurtschipper op Zierikzee, In 1880/00 schipper. [5] Hij betaald 1890/91 en 1891/92 patentbelasting voor zijn schip De Vrouw Josephina, een boeierschuit van 38 ton.[6] Adres 1880/00 Zuidzijde Haven 6.[7] Uit het huwelijk Van Dort-Meeuwis twee dochters, een jong overleden zoon en Adrianus Gerardus volgt 1V a.

 

IV a. Adrianus Gerardus van Dort [Kath.] (1874-1958) beurtschipper, later arbeider, huwde Grave 1914 met Maria Theresia de Vet [Kath] (Oosterhout 1879-….) dr. van Bernardus Hendrikus de Vet en Margarethe Leonarda Chris-tina Bosman. Zij vertrekken 1919 naar Dongen.

 

III e.(van II d) Adam Johannes van Dort (1850-1919) trouwde 1877 met Berbera Mertens (Dinteloord 1842-1904) [Kath.] dochter van Arnoldus Mertens en Willemijna Krouwers. Adam is 1860/80 schipper, schip  onbekend.[8]             In 1877,78 en 1882 herbergier. Adres 1860/80 Bosch I no. 15 b doorgehaald, nu Engelsche straat 32. Later Potterstraat 260 a. Adres 1878 Haven C 82.[9] In1906 is Adam voorzitter van Schippersvereniging Schuttevaer. Uit het huwelijk Van Dort-Mertens drie kinderen. Geen opvolging in de scheepvaart.

                       

III f. (van II d) Johannes Wilhelmus van Dort (1855-1944) trouwde 1879 met Wilhelmina Helena van Hooff (1852-1936) [Kath.] dochter van timmerman Petrus Marijnis van Hooff en Josina van Eijnatten. In 1860/80 schipper (schip onbe-kend) [10], in 1880/00 schippersknecht.[11] Adres: 1860/80 Fortuinstraat 39, Achterom nr. onbekend.[12] In 1880/00 adres Zuidzijde Haven 89, Moeregrebstraat 69 en Boschstraat 67 a.[13] Uit het huwelijk Van Dort-Van                         Hooff zes kinderen. Geen opvolging in de scheepvaart.

[1] Zie WITTERMANS 1

[2] BR 1860/80

[3] PB 1871/72 en 1872/73

[4] BR 1860/80

[5] BR 1880/00

[6] PB 1890/91 en 1891/92

[7] BR 1880/00

[8] BR 1860/80

[9] BR 1860/80

[10] BR 1860/80

[11] BR 1880/00

[12] BR 1860/80

[13] BR 1880/00

 

II e. (van I) Huibrecht Marinus van Dort (1820-1912) trouwde 1851met Geertruida de Jager (1828-1909) dochter van schip-per Antonie de Jager[1] en Cornelia Augustijn. Schipper in 1851 en 1860/80.[2] In 1850 lid van de Begrafenissocieteit. Huibrecht was een van de ondertekenaars van het rekest uit 1858. Uit het huwelijk Van Dort-De Jager acht kinderen. Geen opvolging in de scheepvaart.

 

II f. (van I) Gerrit van Dort (1823-1909) schippersknecht. Rel. Cornelia Nijhof.

 

II g. (van I) Marijnis van Dort (1828-1913) trouwde 1856 met Geertruida Antonetta de Jager (1832-1920) dochter van koopman Engel de Jager en Agnes Martens. In 1856 schipper en werd in 1865 lid van Begrafenis Sociëteit. In 1860/80       en 1880/00 schipper.[3] Marijnis betaalt patentbelasting in 1871/73 en 1890/92 voor zijn schip Het Vertrouwen, een tjalk van 87 ton.[4] Adres 1880/00 Noordzijde Haven 10, later 11.[5] Uit het huwelijk Van Dort-De Jager negen kinderen. Twee zoons volgen in het schippersvak. Gerrit Marinus volgt III g en Engel Marinus volgt III h.

 

III g. (van II g) Gerrit Marinus van Dort (1861-1944) trouwde 1884 met Maria Cornelia van Hees (Zundert 1860-Hoens-broek 1955) dochter van Adriaan van Hees en Adriana van Hees. In 1880/00 schipper <doorgehaald en veranderd in arbeider.[6] In 1900/1920 brugwachter.[7] Uit het huwelijk Van Dort-Van Hees zes kinderen. Hijzelf of anders zijn ge-lijknamige zoon IV c Gerrit M. (1884-....) is omstreeks 1923-28 schipper op de Han, een melasse sleeptanker van de Spiritusfabriek.

 

III h. (van II g) Engel Marinus van Dort (1868-Halsteren 1954) voer samen met zijn zuster Agnes Maria (1863-Hal-steren 1940) op de tweemastklipper Bonafide 265 ton groot. Rijnpatent 09-12-1897 tot Mannheim. Hij had dit schip       in 1898 te Sappemeer laten bouwen. Mijn grootvader C.J.Touw[8] heeft een tijd als knecht bij Engel van Dort gevaren. In 1908 en 1914 voer Van Dort van Bergen op Zoom maar hij vertrekt in 1920 naar Halsteren.[9] Hij was in 1898 lid geworden van de Begrafenis Sociëteit en benoemde zijn zuster als medelid.

Bericht in weekblad Schuttevaer 25.08.1900: …Nabij Wesel zonk de Bonafide, geladen met kolen, bij het onderdoor varen van de spoorbrug als gevolg van een draaiwind met de kont tegen de ijzeren pilaren, met als gevolg dat het voorschip zonk terwijl de achtersteven bleef hangen. Bemanning gered…

In 1926 lieten broer en zus Van Dort te Deest de kempenaar Geertruida bouwen. Het schip was 548 ton groot en voer van Asten.

 

II h. (van I) Christiaan van Dort (1830-1884), na het overlijden van zijn zwager Cornelis Rübsaam in 1866 werd hij zet-schipper op het schip van Rübsaam dat de beurtvaart op Amsterdam uitoefende. Zo kon zijn zus als weduwe het veer behouden.

[1] Zie DE JAGER 1sub II

[2] BR 1860/80

[3] BR 1860/80 en 1880/00

[4] PB 1871/73 en 1890/92

[5] BR 1880/00

[6] BR 1880/00

[7] BR 1900/20

[8] Zie TOUW 2 sub IV e.

[9] RSR 1908 en 1914

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX