ZEILWEDSTRIJDEN MET BINNENSCHEPEN

 

 

De Koninklijke Nederlandsche Yachtclub organiseerde op 2 oktober 1847 een zeilwedstrijd op de rede van Vlissingen waarbij Z.K.H. prins Hendrik (1820-1879), derde zoon van Koning Willem II, aanwezig was. Wedstijd No. 5 was voor alle soorten kleine vaartuigen. De schokker van J.Hector uit Vlissingen kwam het eerst aan. De tweede prijs, een bedrag van dertig gulden, was voor de Bergenaar De Haas die in het veer van Vlissingen op Bergen op Zoom voer.[1]

 

Op 28 juli 1860 waren er in koffiehuis De Draak te Bergen op Zoom 200 mensen bijeengekomen om het plan van een zeilwedstrijd op de Oosterschelde vorm te geven.[2] Mr. H. L. Maarschalk, officier van justitie, kon iedereen overtuigen van het doel en nut van deze onderneming. Natuurlijk ging het er om van iedereen een bijdrage te vragen om het bedrag bij elkaar te krijgen dat als prijs of premie aan de winnaars kon worden uitgereikt. Dat is gelukt, want reeds op 13 augustus vond de eerste wedstrijd plaats. In de categorie Vracht- en Beurtschepen behaalde Daniel Touw de eerste prijs en mocht een ‘zilveren cylinder-horologie’ in ontvangst nemen. De tweede prijs, een bedrag van ƒ 10 ging naar Gerrit de Haas, terwijl de derde prijs,

ƒ 5 gewonnen werd door J.E. Oosterwaal.[3]

 

Men had de smaak te pakken gekregen want het jaar daarop werden er opnieuw zeil- en roeiwedstrijden georganiseerd. Het moet een heel spektakel zijn geweest: er kwamen duizenden toeschouwers op af. Niet alleen op de Oosterschelde, maar ook in de haven waren er wedstrijdonderdelen georganiseerd. Voor het tobbevaren kreeg J. van Nispen Janszoon een zilveren zakhorloge. H. Maas kreeg een zilveren savonet zakhorloge voor het roeien met twee riemen. Op de Oosterschelde ging bij de vracht- en beurtschepen Christiaan van Nispen Czn met de eerste prijs aan de haal. Hij mocht die avond in De Draak een fraaie zilveren tabaksdoos in ontvangst nemen. J.E. Oosterwaal Czn kreeg voor zijn tweede plaats zes zilveren tafelmessen.[4]

[1] Vlissingsche Courant, No. 119, maandag 4 oktober 1847, 1.

[2] Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, No. 210, dinsdag 31 juli 1860, 2.

[3] Algemeen Handelsblad, No. 8941, donderdag 14 augustus1860, 2.

[4] Algemeen Handelsblad, No. 9269, donderdag 5 september 1861, 2.

 

Ook in 1862 werden er zeilwedstrijden gehouden, dit keer georganiseerd door de Bergen-op-Zoomsche Roei- en Zeilvereeniging.[1] Na dat jaar waarschijnlijk niet meer. De categorie vracht- en beurtschepen ontbrak in 1862. Het lijkt er op dat de schippers niet meer wilden meedoen. Bij de vissersschouwen en hoogaarzen waren de prijzen respectievelijk voor Adriaan van Dort, Pieter Schot en Johannes de Haas.

 

Ook buiten het gebied van Bergen op Zoom deden Bergse schippers mee aan zeilwedstrijden. Zij voeren dan tijdelijk als schipper op een jacht. Op de Schelde voor Antwerpen werd in augustus 1867 een zeilwedstrijd gehouden. Verschillende jachten uit Nederland namen er aan deel. Ook het jacht van Z.K.H. Prins Hendrik was aanwezig. Op 22 augustus arriveerde het jacht van de heer M. Simon Gz. te Bergen op Zoom. Hij was ingenieur bij de Staatsspoorwegen. Het jacht was in Antwerpen de snelste geweest. Dat was de danken aan de schipper van het jacht: de Bergenaar J. van Nispen. Hij kreeg dan ook een gouden ankerhorloge als blijvend aandenken.[2]

 

Op 9 september 1922 organiseerde het Rotterdamsch Nieuwsblad een zeilwedstrijd voor vrachtschepen op de Nieuwe Maas. De schepen werden naar de startplaats Maassluis gesleept en van daar ging het op de zeilen terug naar Rotterdam. Sierd Visserman (1892) met zijn 120 ton grote tjalk Drie Gebroeders won de wedstrijd in de categorie tjalken 110 – 140 ton. Hij kreeg 125 gulden en een barometer. [3]

Dat de schippers op een gegeven moment de brui gaven aan het wedstrijdzeilen, heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat er meer te verliezen dan te winnen was. Een schipper deed mee met het schip waar hij met zijn gezin op woonde en waarmee hij ook zijn dagelijks brood moest verdienen. Van mijn vader, hij was twaalf jaar in 1922, hoorde ik van de hierboven genoemde zeilwedstrijden voor binnenschepen bij Rotterdam. Hij vertelde dat zijn vader, mijn grootvader dus, het allemaal sukkelaars vond die door kroegbazen tegen elkaar waren opgehitst. De totale schade aan de schepen was een veelvoud van de waarde van de prijzen. Een zelfde soort verhaal vertelde de IJsselschipper Chris Schouten (1896) aan Hylke Speerstra. Een schipper voer zijn zwaard doormidden en de verzekering betaalde niet. Dan is de lol er gauw af.[4]

[1] Algemeen Handelsblad, No 9579, donderdag 4 september 1862, 2.

[2] Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage, No 200, 25 en 26 augustus 1867, 6.

[3] Speerstra, De laatste echte Schippers, 61-63.

[4] Speerstra, De laatste echte schippers, 42.