RELATIE MET KRUIDENIERS EN DE MEDISCHE STAND

 

 

Op heel veel plaatsen was de schipper en vooral zijn geld zeer welkom. Winkels die al gesloten waren deden soms clandestien hun deuren weer open als een schipper zich meldde, ook al was er een winkelsluitingswet die streng werd gehandhaafd. De winkelier wist dat het dan niet om een halve rol beschuit ging. Toch waren er ook gebieden in Nederland waar de schipper niet zo goed aangeschreven stond. Dan ging de winkel na sluitingstijd niet meer open. Zelfs kwam het voor dat schippers ook overdag niets konden kopen. Aan vreemden werd niet verkocht.

Dat sommige artsen afwijzend stonden ten opzichte van de schipper in het algemeen kun je lezen in de enkele egodocumenten die bewaard zijn gebleven. Ook in de interviews die Hylke Speerstra heeft afgenomen en die hij optekende in het boek De laatste echte schippers valt te lezen over de moeilijke relatie tussen de schipper en de medische stand.

 

‘De eerste zou toen geboren worden en we lagen in Lobith op stroom. Onverwacht moest de dokter komen. In het bootje ging ik over het hoge water naar de Tolkamer om de dokter te halen. Niet thuis. Ik moest maar wachten. Een uur. En toen hij kwam wou hij niet mee. Zoek de juffer maar, zegt ’ie. Nou, eindelijk was er vrouwmens die       mee wilde. Toen we daar kwamen, lag ze daar. Het kind was dood.’ [1]

 

Heel veel schippers kunnen deze verhalen vertellen. Het was niet alleen in de provincie dat schippers zich onheus behandeld voelden. Ook in Amsterdam en Rotterdam weigerden artsen om aan boord te komen. Dit werd een kind van Jan en Jantien Bouterse, vrienden van mijn ouders, fataal.

 

EEN ARTS MET VEEL BLINKENDE MEDAILLES

Toen ik als kind een keer een verontrustende hoge koorts had, verscheen er een heel bijzondere dokter aan mijn bed. Nadat verschillende artsen hadden geweigerd om mee naar boord te gaan was mijn vader ten einde raad naar een nabij gelegen kazerne gegaan. Een militaire arts, in uitgaanstenue omdat hij naar een feestelijke bijeen-komst moest, was bereid om naar boord te komen. Dat maakt indruk.

 

[1] Speerstra., De Laatste echte schippers, 52.

 

De reden waarom artsen niet aan boord van binnenschepen wilden komen verschilde van keer tot keer en van plaats tot plaats. Maar dat voor veel huisartsen een binnenschip een ‘no-go area’ was is een ding dat zeker is. Met een roeiboot naar een binnenschip gebracht worden en dan ook nog vanuit dat wankele bootje een buitenboordtrapje op moeten klauteren was menig arts een stap te ver. Ook het lopen over een doorbuigende smalle loopplank met daaronder de stromende rivier stond in hun ogen vermoedelijk zo’n beetje gelijk aan een circusact waar tromgeroffel bijhoort.

 

Illustratie © Kees Touw

 

Het was aan de andere kant wel zo dat veel schippers met hun hoogzwangere vrouw zolang bleven doorvaren totdat het echt niet meer ging. De schipper uit het verhaal zoals dat door Speerstra werd opgetekend had zijn gedrag van geen vreemde. Zijn oudste broer kwam ter wereld toen het schip met zijn ouders op 11 januari 1898 tijdens een hevige storm terecht kwam op de glooiing van ‘De Val’ iets ten oosten van het havenkanaal van Zierikzee. [1] De familie en de kleine hebben het overleefd.

[1] De Mik, ‘Zo maar een willekeurige schippersfamilie’.

 

VERVOLG KLIK SCHIPPERSFAMILIES 13