TWEE BERGSE VISSERS VERLATEN HUN WONING AAN DE WAL EN WORDEN SCHIPPER

 

De in 1852 geboren Dirk C. Wakkee was visser en huwde in 1879 een vissersdochter. Omstreeks 1892 bezat hij een hoogaars van zestien ton en woonde hij aan de haven. Enkele jaren later was hij eigenaar van een groot Rijnsleepschip van 821 ton.[1] Nu woonde hij met zijn gezin aan boord. Ik kan dit niet zien als een achteruitgang.

Een andere visser, Henricus J. Maas, geboren in 1860, woonde in 1892 eveneens aan de haven. Een paar jaar later was hij eigenaar van een ijzeren zeilschip van 140 ton. In 1904 was hij in staat een sleepschip van 440 ton te laten bouwen.[2] Het gezin woonde aan boord. Het is mogelijk om deze woning in originele staat te bezichtigen. Het schip Geertruida van Maas is onderdeel van de Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum en ligt in de Leuvehaven te Rotterdam. Zie de foto's hier onderaan.

[1] IVR 1908

[2] IVR 1908

 

Opnieuw moet ik concluderen dat hier in plaats van een stap terug er een vooruit werd gezet. Hardwerkende schippers zagen kans hun positie steeds te verbeteren. Eerst hadden ze nog een betrekkelijk klein houten schip, dan een wat groter ijzeren zeilschip. Sommigen gingen nog verder en bestelden of een groot Rijnsleepschip of een modern motorschip. Het vaargebied was van dien aard en de reizen duurden zo lang dat het niet meer dan logisch was dat het gezin aan boord kwam. Een rijmpje uit die tijd luidt:

                                   

‘Mijn vader had een houten schip,

Het laadde veertig lasten.

Mijn broers die hadden in een wip,

Drie van die grote kasten.

Waar komt toch dat geld vandaan

Om die schepen van te kopen?

Ze zijn maar naar de bank gegaan,

Daar heeft men geld bij hopen.’ [1]

[1] Verrips, Als het tij verloopt, 120.

Links de Geertruida, foto van Leo Schuitemaker tijdens manifestatie 'Vaart in Dordt' juni 2009.

Midden De Geertruida in de Leuvehaven te Rotterdam. Rechts een kijkje in de roef.

VERVOLG KLIK Scheepvaart III - 10