CONCLUSIE VAN DE STAATSCOMMISSIE

 

De commissie oordeelde dat de klachten van de schippers over het algemeen gegrond waren. Maar er was groei in de sector en er werden veel nieuwe schepen gebouwd. Daarom vond de commissie dat de overheid niet hoefde in te grijpen. Dat schippers benadeeld werden doordat er soms van de wettelijke regelingen werd afgeweken was dan misschien wel betreurenswaardig, maar dat hoefde niet structureel te worden aangepakt. Woordelijk heet het:

‘Tegen dwingend recht in deze materie bestaan echter overwegende bezwaren.’

Welke bezwaren dat waren staat er niet bij. Het is echter duidelijk dat de commissie geen stok achter de deur wenste om verladers, expediteurs en bevrachters te dwingen de wettelijke regelingen op te volgen. De eindconclusie van het verslag staat bol van de adviezen en suggesties. Het is echter aannemelijk dat degenen die dit verslag ambtshalve moesten bestuderen bij de laatste zin van de inleiding gebleven zijn:

‘Moge er derhalve al iets ontbreken aan de nauwkeurigheid en aan de volledigheid van het door ons, zij het nog na veel moeite verzamelde cijfermateriaal, het is ons anderzijds aangenaam te kunnen constateren, dat onze arbeid niet zonder vrucht is gebleven, met name dat wij daardoor in staat zijn gesteld met genoegzame zekerheid aan te tonen, dat de vele en veelzijdige klachten die voorheen – en nog thans – over den toestand waarin het binnenschipperbedrijf verkeert, werden vernomen, als geheel genomen, tamelijk overdreven zijn te noemen.’

Er zullen in 1911 weinig schippers zijn geweest die dit verslag met deze ongelofelijk lange zinnen hebben gelezen. De commissie bestond uit een aantal Tweede Kamerleden en vertegenwoordigers uit de binnenvaartwereld te weten J.J. van Capelle, oud-beurtschipper en stoombootkapitein, lid van het bestuur der Schippersvereniging Schuttevaer afdeling Amsterdam, te Amsterdam; G.S.Vlieger, oud-schipper, oud-President van de Algemene Binnenschippersbond, te Rotterdam; Mr. H.Smeenge, weliswaar lid van de Tweede Kamer, maar ook voorzitter van het hoofdbestuur van de Schippersvereniging Schuttevaer, te Amsterdam. Bijna zeven jaar heeft de commissie er over gedaan om tot publicatie over te gaan. Menig schip-per zal gedacht hebben: Ze dronken een glas, ze pisten een plas en lieten de zaak zoals die was…

 

VERVOLG KLIK Scheepvaart III - 7