INDUSTRIELE REVOLUTIE  1870

 

 

Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 voltrok zich in Duitsland een stormachtige ontwikkeling van industrie en handel. De Franse oorlogsschadebetalingen wakkerden de stichtingskoorts aan van veel nieuwe bedrijven. De handel van en naar Duits-land nam enorm toe en de scheepvaart profiteerde hiervan. Vanaf deze tijd begon ook in Nederland de Industriële Revolutie. Zowel Rotterdam als Amsterdam profiteerde sterk van de nieuwe gegraven verbindingen met zee: Rotterdam van de Nieuwe Waterweg (1872) en Amsterdam van het Noordzeekanaal (1876).[1]

Pas in deze periode kwam de grootindustrie op, tot die tijd was het kleinbedrijf regel. Nederland was nog steeds een land waar veel mensen in de landbouw werkten. Door de invoer van grote hoeveelheden goedkoop Amerikaans graan ontstond hier in de jaren tachtig van de negentiende eeuw een agrarische crisis die tot circa 1895 heeft geduurd. Op eigen kracht is de Neder-landse boerenstand deze crisis te boven gekomen. Op eigen kracht, omdat de liberale regeringen er niets voor voelden om de landbouw met subsidies te helpen.[2] In tegenstelling met het boerenbedrijf ging het de schippers goed. Immers, die grote hoe-veelheden Amerikaans graan moesten vervoerd worden. Het was niet alleen graan dat vervoerd werd. Met de opkomst van de kolenmijnen in het Roergebied kwam een vervoersstroom van kolen op gang. Huishoudens stapten massaal over van verwar-ming met turf naar kolen. Gelijktijdig ontstond een enorme vraag naar gas en om gas te maken waren kolen nodig, veel kolen. 

De ene na de andere schipper was in staat zijn houten schip af te danken en te investeren in een groot ijzeren Rijnzeilschip. Er werd goud geld verdiend. Dat was goed te zien aan de zware brede gouden horlogekettingen die ze droegen. Om te laten zien dat zij geld als water verdienden, staken sommige patsers hun sigaren aan met opgerolde bankbiljetten. Tenminste dat was mij zo verteld door Piet Schot en ik geloofde het graag. Het gaf een sterk beeld. Deze opzichtige manier van de brand in een sigaar steken was al bekend in 1847.[3]

 

SNEL VERDIEND

Cornelis Muller (NieuweTonge 1841- Rotterdam 1924) een schipper uit Puttershoek, vervoerde met zijn twee-mastklipper Adriana steen vanuit België naar Hoek van Holland. Op een dag strandde er een zeeschip. Het schip moest gelicht worden. Niemand kon of wilde dit doen. Muller nam het werk aan voor 2000 gulden. Hij nam zoveel over als hij bergen kon en loste in Rotterdam. Daarop werd er leeg koers gezet naar België voor een nieuwe lading steen. In het Hellegat zat een schip aan de grond. Opnieuw kon hij een schip lichten. Dit bracht 1500 gul-den op. In acht dagen tijd streek Muller 3500 gulden op.[4] Het snel verdiende geld werd onmiddellijk gebruikt om in 1889 een sleepschip van 719 ton te laten bouwen. [5] Muller was in 1898 de oprichter van de Algemene Rijn-schippers Bond (ARSB) [6] Zie voor hem ook Scheepvaart III - 1

 

Nederland veranderde tegen het eind van de negentiende eeuw van een agrarisch gebied in een industriestaat. De bevolkings-groei was aanzienlijk. In 1830 waren er 2,6 miljoen inwoners. Van 1850 tot 1900 groeide het aantal inwoners van 3,1 naar 5 miljoen. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog telde Nederland 6 miljoen inwoners.

In 1860 bedroeg het aantal inwoners van Bergen op Zoom 7481. In 1870 was dat gegroeid naar 9706 inwoners. Dan gaat het hard en in 1910 staan er 15.741 inwoners ingeschreven.[7] Veel inwoners vinden werk in de suikerfabrieken, de spiritusfabriek, de potasfabriek en in een aantal ijzergieterijen.

[1] Kossmann, De Lage landen, deel I, 342.

[2] Kossmann, De Lage landen, deel I, 344

[3] Algemeen Handelsblad, 23 april 1847. …‘De wetgever, die de vernietiging voorschrijft van waarde hebbend doch vervalscht papier, handelt meer roekeloos dan die zijne sigaar aan een munt- of bankbiljet aansteekt, deze is kwistig met eigen geld.’…

[4] Muller, ‘Herinneringen van een oud-schipper’

[5] Muller, Schippers-Slepers-Reders, 166.

[6]  Zie voor hem ook p. 123

[7] Härtel, Bergen op Zoom, 64.

 

VERVOLG KLIK Scheepvaart II - 6