SCHAALVERGROTING VANAF  1890

 

 

Wanneer we alleen vergelijken met het aantal schippers die in 1871-1873 patentbelasting betalen merken we dat er in 1890-1892 een flinke achteruitgang in aantal is. Nu geen 54 schepen maar slechts 40. Het beeld is vertekend omdat er schepen ontbreken die wel in de Rijnschepenregisters voorkomen. Omgekeerd komen er wel schepen voor in het Rijnschepenregister die geen Rijnschepen zijn. Zij worden daar aangeduid met de term Binnenlands Patent.

Volgens de Ordonnantie op het Patentregt werden Rijnschepen niet belast.[1] Waren er in 1871-1873 waarschijnlijk maar drie Bergse schippers betrokken bij de Rijnvaart, in 1879 was hun aantal al gegroeid tot tien. Het vergelijken wordt lastig want in het Rijnschepenregister van 1892 komen ook veel schepen voor van Bergse schippers met een Binnenlands Patent. Verderop wordt het totaal aantal schepen berekend. We kijken nu eerst naar de patentschuldigen. Dit zijn schippers die binnenlands varen en schippers die de beurtvaart uitoefenen. De schepen van het tjalktype voeren nog steeds de boventoon.

[1] De Jonge, De Industrialisatie, 146-147

SCHIPPERS IN HET REGISTER DER PATENTSCHULDIGEN VAN BERGEN OP ZOOM  1890 / 91 EN 1891 / 92

VB = Vaste Beurt

 

Schermafbeelding2017-11-04om140133.png
Schermafbeelding2017-11-04om135822.png

 

SCHEEPSTYPEN

 

Schermafbeelding2017-11-04om140851.png

GROOTTE van de schepen van Bergen op Zoom 1890 - 1892

 

Schermafbeelding2017-11-04om141428.png

 

Net zoveel schepen als in de periode 1871/73 vallen in de tonnageklasse tot 50 ton. Wel is er een verschuiving naar grotere schepen. Waren er eerst maar twee schepen groter dan 100 ton, rond 1891/92 zijn dat er tien. Alle schepen, behalve het stoomschip van Rübsaam, zijn nog van hout. 15 van de 40 schepen zijn nog betrokken bij de traditionele zeilende beurtvaart.

 

RIJNSCHEPENREGISTER  1892

SCHEPEN EN SCHIPPERS UIT BERGEN OP ZOOM

ALFABETISCH OP SCHIPPER

HET TYPE IS GEVONDEN IN ANDERE BRONNEN DAN HET RIJNSCHEPENREGISTER !

 

Schermafbeelding2017-11-04om143753.png
Schermafbeelding2017-11-04om143813.png

 

De meeste schepen waarmee rond 1892 door schippers uit Bergen op Zoom de Rijnvaart werd bedreven waren niet groot. Het meest voorkomende type was de tjalk, met een gemiddelde grootte van 116 ton. De kleinste was 68 ton en de grootste 152 ton. De aken waren groter: gemiddeld 211 ton. Hier was de kleinste 134 ton en de grootste 453 ton. De vier nog jonge ijzeren klippers waren gemiddeld 206 ton: de kleinste was 172 en de grootste 230 ton. De twee moderne ijzeren Rijnsleepschepen waren beiden van Daverveldt en maten respectievelijk 812 en 1302 ton.

In het Rijnschepenregister van 1892 tellen we dus 38 schepen van Bergse schippers. Er ontbreken twee schepen van Daverveldt: de stevenaak Stella Maris en het sleepschip Henri. Van de nu veertig Rijnschepen zijn er nog slechts acht van ijzer. Wat opvalt is dat negen schepen ook voorkomen in de registers van de Patentbelasting van 1891/92. Dit patentregister telde zoals we zagen veertig schepen. Tellen we daarbij de veertig schepen van het Rijnschepenregister dan komen we op tachtig sche-pen. Nu moeten daar de negen schepen nog af die zowel in het Rijnschepenregister als het Patentregister voorkomen. Dan stellen we het aantal schepen rond 1892 op 71 schepen. Slechts elf procent van het totaal aantal schepen was van ijzer.

De scheepvaart moet voor Bergen op Zoom een zeer belangrijke werkverschaffer zijn geweest. Want als al die schippers maar één knecht zouden hebben gehad dan komen we al op 142 personen die in de binnenvaart hun brood verdienden. Zeker zal een aantal schippers twee knechts hebben gehad.

 

VERVOLG KLIK Scheepvaart II - 15