EEN REIS NAAR HET ROERGEBIED EN TERUG  1889

 

 

Het hierna volgende relaas laat zien hoe het varen op het eind van de negentiende eeuw verliep. Het is een uitreksel uit het dagboek van Hendrik Sikko Steenstra. Weliswaar geen telg uit een Bergs geslacht, maar omdat zijn vader Gerben Steenstra[1] met zijn houten tweemast praamtjalk De Vrouw Alberta van 136 ton veel reizen deed tussen het Roergebied en Antwerpen, hetzelfde vaargebied als van de Bergse schippers, laat ik dit verhaal hier horen.

Naar boven werd er altijd gesleept. Met de sleepboot van Rotterdam naar Uerdingen kostte 67,50 gulden. Om half drie in de middag van 3 september 1889 ging te Rotterdam bij De Vrouw Alberta het anker op en werden ze gesleept naar Kralingen waar er nog twee schepen bijkwamen. ‘s Avonds om kwart voor tien werd er onder Vuren geankerd. De andere morgen ging om kwart voor vier het anker op en om tien voor zeven waren ze onder de brug van Zaltbommel. Om kwart over een werd Nijmegen gepasseerd. Om kwart voor tien in de avond werd er te Lobith geankerd. 5 september ging om zes uur anker op en in Emmerik duurde het dit keer niet lang dat de papieren aan boord waren, zodat ze om tien uur onder de brug van Wezel waren. Op 6 september kwamen ze om twintig over zes in de Ruhrort aan. Om half tien kwamen ze op hun losplaats in Uerdingen.

Er waren nog drie schepen voor om te lossen. Steentra ging naar de wal om te kijken hoe het er voor stond met de terugreizen. Hij kon gelijk een reis krijgen naar Hansweert. Maar hij sloeg het af. Hij informeerde wat de kolen moesten kosten. De beste kosten veertien en een halve gulden en de tweede soort twaalf en een halve gulden de kar. Hij stuurde eerst maar eens een telegram naar een kolenhandelaar in Heeg, zijn thuishaven. 12 september was De Vrouw Alberta om vijf uur leeg en nog altijd geen bericht uit Heeg. De andere morgen kwam er een telegram dat de kolen te duur waren. Steenstra nam onmiddellijk een reis aan om kolen te vervoeren naar Brouwershaven.

Op zaterdag 14 september waren ze geladen en de andere morgen vertrokken ze om zes uur en waren ze om half elf onder de brug van Wezel. Om twee uur bij Emmerik. Steenstra was bang dat ze niet om vier uur bij Lobith waren, maar ze hadden geluk en konden nog inklaren. Om zeven uur ankerden ze beneden de spoorbrug van Nijmegen.

Op 16 september om vier uur vertrokken met mist en geen wind zodat ze om 10 uur bij Tiel waren. Ze ankerden om half een voor de droogte waar het zo vol van schepen was dat ze daar vier uur oponthoud hadden. De bakenmeester moest er een nieuw vaarwater maken. Om zeven uur waren ze onder de spoorbrug van Zaltbommel en ankerden daar met doodstilte.

17 september ging om half zes het anker op, alweer met kalm weer zodat ze pas om elf uur bij Gorinchem waren. Om drie uur door de spoorbrug van Sliedrecht en om half vier te Dordrecht. Een bootje trok ze onder de Spoorbrug door. Om half zeven waren ze bij Willemsdorp waar ze de avond bleven.

De volgende morgen om tien uur vertrokken en om zeven uur in de avond bij Oude Tonge geankerd. De andere dag, 19 september om vijf uur werd het anker gelicht. Er woei een stijve bries uit het Zuid Westen. Drie kwartier later waren ze bij Duiveland. In de stroom oplaverend konden ze om tien uur voor Brouwershaven ankeren. De wind stond verkeerd zodat ze niet konden binnenlopen. De volgende morgen stond de wind goed en zeilden ze zonder probleem Brouwershaven binnen.

Het lossen ging niet erg vlug. Zaterdag kwamen ze niet leeg. De jongens gingen op zondag wandelen naar de duinen. In Brouwershaven was niet veel te doen: er stonden 83 huizen leeg. Brouwershaven was tot het gereedkomen van de Nieuwe Waterweg in 1872 eigenlijk een voorhaven van Rotterdam geweest. Door het wegtrekken van consuls, loodsen, ambtenaren, stuwadoors en handelaars was aan de bedrijvigheid ter plaatse een einde gekomen.

 

Gerben Steenstra loopt dan al met het plan rond om een ijzeren klipper te laten bouwen. Met gevoel voor de grote verandering die de binnenvaart op dat moment ondergaat noemt hij zijn in 1892 gebouwde klipper Metamorphose. Hij was niet de enige: de schepen met de naam Verwisseling zijn niet te tellen.  

[1] Steenstra zou later bekend worden als commentator in Weekblad Schuttevaer. Ook speelde hij een rol bij de oprichting van de ARSB.

 

VERVOLG KLIK Scheepvaart II - 14