VAN DORT    1

VAN DORT                                                                                  HERVORMD

 

Van alle Bergse schippersfamilies is de familie Van Dort die met de oudste papieren. Misschien zijn er wel oudere Bergse schippersfamilies aan te wijzen maar die hebben het schippersvak dan niet tot in de twintigste eeuw volgehouden. Niet minder dan 14 leden van de familie Van Dort hadden in de jaren 1671-1798 functies in het schippersgilde. Ze hielden zich in de zeventiende en een groot gedeelte van de achttiende eeuw nog niet bezig met de visserij. Pas op het eind van de achttiende eeuw was er een Van Dort deken van het vissersgilde.

In oktober 1729 wilde het schippersgilde het systeem met vaste beurtlieden opnieuw reguleren en vastleggen. Het nieuwe systeem behelsde dat er, om een beurt te verkrijgen, geloot moest worden. Op Amsterdam waren drie beurtlieden gepland. Dat wil niet zeggen dat er voor die tijd niet op Amsterdam werd gevaren. Marynis van Dort, Marynis Cornelis van Dort, Gerrit de Kroon en Johannes Cornelisse van Dort voeren al lang op Amsterdam. Ook hun voorouders hadden al op Amsterdam gevaren. Zij beschouwden hun relatie met verladers en hun ontvangers als hun eigendom. Die contacten bleven zoveel mogelijk op achttiende- eeuwse wijze binnen de familie. Door het besluit van het schippersgilde zouden zij hun bevoorrechte positie moeten afstaan. Dan zou geen zoon meer zijn vader kunnen opvolgen. Geen wonder dat deze schippers zich heftig hebben verzet tegen de beslissing van het schippersgilde. [1] Het heeft enkele jaren geduurd voordat het systeem naar behoren functioneerde.De dobbelstenen bepaalden voortaan wie er beurtman zou zijn. Het gooien met dobbelstenen werd in Bergen op Zoom smakken genoemd. Degene die het hoogste smakte mocht het veer vier jaar bedienen, de minder gelukkigen slechts twee jaar. Daarna konden er weer andere schippers aan de beurt komen.

 

De ene helft van de schippers Van Dort stamt af van Willem van Dort (1768-1849) en de andere helft van zijn broer Gerrit van Dort (1776-1852). Zij volgen respectievelijk in VAN DORT 1 & 2. In VAN DORT 3 zien we een gedeelte van het nageslacht van twee ooms van Willem en Gerrit.

[1] Slootmans, C.J.F, Tussen hete vuren I, p.108 e.v.

 

 VAN DORT  1                                                                                  HERVORMD

 

 

I. Willem van Dort (1768-1849) zoon van beurtschipper op Zierikzee Cornelis Jansze van Dort en Barbara Sijns, trouwde in 1795 potmakersdochter Elisabeth Augustijn (1771-1828) zij was een dochter van de bekende meesterpotmaker Johannes Adriaense Augustijn (1746-1830) eigenaar van een bloeiend bedrijf die het hele jaar door twintig man in dienst had. Deze potmakerij was aan de Noordzijde Haven, Korte Dubbelstraat en heette Croonenburgh.[1]

Niet Willem zou zijn vader opvolgen maar zijn jongere broer Gerrit is later de beurtman op Zierikzee. In 1812 wordt Willem schipper genoemd, maar het blijkt al gauw dat hij zich voornamelijk bezighield met de visserij. Uit hem kwam een talrijk nageslacht van vissers en schippers voort. Uit het huwelijk Van Dort-Augustijn werden tien kinderen geboren. Dochter Cornelia Magdalena (1799-1877) komen we later nog tegen want zij huwde de stamvader van de familie Landa te Bergen op Zoom.[2] Drie zoons van Willem zullen hier gevolgd worden.

 

 II a. (van I) Oudste zoon Johannes Adrianus (1797-1835) trouwde 1820 met Maria Elisabeth Schot (1791-1881)            dochter van schipper Huibrecht Schot[3] en Aagje Nederveen. Eerst hielden ze er nog een huis aan de wal op na, maar  na 1860 wonen zij op hun vaartuig.[4] Vier zonen werden schipper.

 

III a. (van II a) Wilhelmus (of Willem) van Dort (1820-1908) trouwde 1e 1865 met Neeltje Schot (1832-1874) dochter van schipper Jacob Gerrit Schot[5] en  Geertruida Anna Verdoorn. Trouwde 2e Doesburg 1880 met Alberta Brinkert     (Zwolle 1832-….) dochter van Willem Brinkert en Hermiena Panninks. (scheiding Klundert 1892). Trouwde 3e 1894 met Aagje Schot (1838-….) een zuster van zijn eerste vrouw. Willem is vermoedelijk de eerste Bergse schipper die       zich op de Rijn waagt. Zijn Rijnvaartpatent is van 23-04-1866 [6] voor tjalkschip De Goede Verwachting van 118 ton. Uit het eerste huwelijk 8 kinderen. Het gezin vertrekt 1896 naar Kruiningen. Drie dochters trouwen met een schipper. a. Geertruida Anna trouwde haar neef Jacob van Dort.[7] b. Agatha Elisabeth trouwde met Pieter Cornelis Vree[8] en c. Johanna trouwde met Hendrik Johannes van Wijk.[9]

[1] Het huis is er nog op Noordzijde haven 58 en heeft nog steeds een toegang via de Dubbelstraat.

[2] Zie LANDA sub I.

[3] Zie SCHOT 3 sub I.

[4] BR 1860/80

[5] Zie SCHOT 3 sub I

[6] Rijnvaartpatenten Dordrecht

[7] Zie VAN DORT 1 sub IV d.

[8] Zie VREE sub I.

[9] Zie VAN WIJK sub I.

III b. (van II a) Huibrecht van Dort (1822-1902) trouwde Rotterdam 1848 met Johanna van Kranenburg (Moordrecht 1824-Dordrecht 1908) dochter van Jacob van Kranenburg en Alida van der Helm. Eigenaar van hektjalk Dit niet           gedacht van 96 ton.[1] Zij woonden eerst Zuidzijde Haven C 89 later Noordzijde haven D 9a.[2] Uit het huwelijk van Dort-van Kroonenburg 11 kinderen. Vijf zoons worden schipper.

 

IV a. (van III b) Johannes Adrianus van Dort (Rotterdam 1849-Dordrecht 1892) schipper, huwde 1e 1873 met Adriana Voerhans (1852-1875) dochter van Arie Voerhans[3] en Wilhelmina Touw.

 

                    IV b. (van III b) Willem van Dort (1852-Rotterdam 1896) trouwde 1e 1875 met Catharina Adriana Wakkee (1852-                       1899) dochter van Pieter Wakkee en Laurina van der Kuijl. Trouwde 2e Dordrecht 1903 met Catharina Johanna                         Swart (Barendrecht 1849-Zwijndrecht 1931) dochter van Leendert Swart en Jannetje Nolen. Rijnpatent 01-08-                           1874 tot Mannheim. Willem is schipper en later stoombootkapitein. Willem bezat omstreeks 1892 de     

                    Cosmopolit[4] met thuishaven Dordrecht, een in 1872 te Hoogezand gebouwde houten tjalk van 120 ton, in 1898                       was hij eigenaar van de Spes Vera[5], een klipper van 332 ton. Eveneens varend van Dordrecht. Uit het eerste                           huwelijk 9 kinderen. Dochter Adriana Laurina (1878-Zwijndrecht 1931) trouwde met de Bergse  schipper                                     Huibrecht Schot[6].

                                   

IV c. (van III b) Krijn van Dort ( 1853-1919) trouwde 1882 met Wilhelmina Elisabeth de Haas (1861-1936) dochter van visser Cornelis de Haas[7] en Dina Johanna Wittermans. Krijn is schipper[8] en zijn  Rijnpatent was  op 17       mei 1882 te ’s-Gravenhage afgegeven. Een later Rijnpatent van 11-04-1889 was geldig tot Mannheim. In 1898       schippereigenaar op stoomsleepboot Fortis Subito[9] met thuishaven Dordrecht. Deze 19 ton grote sleepboot met een machine van 25 pk vergde vier bemanningsleden.Voor de geboorte van hun eerste kind laten zij zich in 1883 uitschrijven naar Dordrecht. Hun zes kinderen kwamen echter allemaal in Bergen op Zoom ter wereld.

[1] PB 1872

[2] BR 1880/00

[3] Zie VOORHANS 1

[4] IVR 1892

[5] IVR 1898

[6] Zie SCHOT 3 sub III g.

[7] Zie DE HAAS sub III c.

[8] BR 1880/00

[9] IVR 1898

 

IV d. (van III b) Jacob van Dort (Emmerich (D.)1858-1942) trouwde 1884 met zijn nicht Geertruida Anna van Dort (1859-….) dochter van Wilhelmus van Dort[1] en Neeltje Schot. Jacob was schipper op schip De Zwerver.[2] Later neemt Jacob het schip De Hoop over van Alb. P. Schot (1867-1934). Dit in 1914 te Papendrecht gebouwde schip was 441 ton groot. Zelfde breedte als een kempenaar maar met zijn 46.60 m.     lengte wat korter. Uit het huwelijk van Dort-van Dort 9 kinderen. Zij vertrekken in 1889 naar Dordrecht. Zoon Willem H. volgt V a

 

V a. (van IV d) Willem Huijbrecht van Dort (1887- Arkel 1960) schipper te Dordrecht en Kruiningen, trouwde 1915 met zijn achternicht Cornelia Johanna Schot[3] (1891-….) dochter van Jacob Gerrit Schot en Johanna van Dort. Gezin komt 1922 vanuit Dordrecht naar Halsteren. Willem voer als zetschipper         voor C. van Dijk uit Dordrecht op de Madonna een sleepschip van 795 ton en later op de De Hoop, het schip van zijn vader.

 

IV e. (van III b) Huibregt van Dort (Budarech [D.] ca 1869- Nieuwerkerk a.d.IJssel 1939) stoombootkapitein te Dordrecht, trouwde Dordrecht 1898 met Adriana Johanna van Loon (Dordrecht ca 1877-Dordrecht 1959) dochter van Dirk van Loon en Johanna Adriana van Salt. RSR 1898 zetschipper voor D. van Loon & Co te Dordrecht op stoomsleepboot Confidentia. 25 ton groot en 25 pk machine met vijf bemanningsleden.

 

III c. (van II a) Cornelis Johannes van Dort (1825-Klundert 1904) trouwde Doesburg 1862 met Gesina (ook Geessien) Lutmers (Groningen 1832-1911) dochter van ambtenaar Lutmer Anne Lutmers en Annegien Jans Oltmans.       Schipper 1862. Rijnvaartpatent 09-07-1867 te Dordrecht. Rijnpatent 11-06-1887 tot Keulen. Cornelis was schipper te Klundert en Bergen op Zoom. RSR 1892 en 1898 schippereigenaar van een in 1867 te Muiden gebouwde houten tjalk Niets zonder Gods zegen, van 122 ton. Domicilie was Klundert.[4]  Uit het huwelijk Van Dort-Lutmers 7 kinderen. Dochter Johanna (Doesburg 1864-1936) huwde schipper Jacob Gerrit Schot[5] (1864-1935). Dochter Lucia               Margaretha (Goes 1872-….) huwde schipper Willem Gielbert (1875-….)[6].  Zoon Johannes A. volgt IV f.

[1] Zie VAN DORT 1 sub III a.

[2] BR 1880/00

[3] Zie SCHOT 3 sub III e

[4] IVR 1892,98 en 1908.

[5] Zie SCHOT 3 sub III e.

[6] Zie GIELBERT III.

IV f. (van III c) Johannes Adrianus van Dort (Goes 1870-Poortugaal 1941) trouwde Ossendrecht 1901 met Wilhelmina Petronella Damme (Ossendrecht 1880-Klundert 1913) dr.v. Johannes Everardus Arnoldus Petrus Damme en Anna Hendrika Slikboer. Johannes was schipper te Klundert. Schipper op de houten tjalk van zijn vader.[1] Zie hiervoor. Volgens de schepenlijst van De Binnenvaart was J.A. van Dort uit Klundert de eerste eigenaar van motorsleepboot Linquenda, gebouwd in 1931 en voorzien van een 105 pk Bronsmotor.

                       

III d. (van II a) Jacob Marinus van Dort (1832-Rotterdam 1908) trouwde Rotterdam 1859 met Maria Blokzeijl (Rotterdam 1835-Rotterdam 1906) dochter van schipper Abram Blokzeijl en Jannetje Struijk. Jacob is schipper op         het schip Vrouwe Gardina, het gezin woonde aan boord.[2] Zij vertrekken 1871 naar Papendrecht. Uit het huwelijk Van Dort-Blokzeijl acht kinderen. Drie zoons worden ook schipper. Johannes A. volgt IV g, Abraham volgt IV h en Jacob M. volgt IV i.

 

IV g. (van III d) Johannes Adrianus van Dort (1860-Rotterdam 1928) sleepbootkapitein trouwde Dordrecht 1894 met Anna Lijdia van Wel (Dordrecht circa 1859-Rotterdam 1920) dochter van Jacob Marinus Johannes van Wel en Commerijna Everdiena Faasseen. Huwde 2e Friederich Sophie Löhndorf.

                                   

IV h. (van III d) Abraham van Dort ( ’s-Hertogenbosch 1861-Rotterdam 1912) sleepbootkapitein. Rijnpatent 17.07.1900 tot Straatsburg.

 

IV i (van III d) Jacob Marinus van Dort (Vreeswijk 1865-Rotterdam 1952) schipper, stuurman en sleepbootkapitein, trouwde Dordrecht 1894 met Ditje van Wel (Dordrecht 1874- Rockanje 1956) dochter van Jacob Marinus Johannes van Wel en Maria Rackwitsz (of Rachwitsz). Uit hen zeven kinderen. Zoon Jacob M.J. (1894-1965) huwde Willemina M. van Driel (1898-1965)[3]

[1] IVR 1908

[2] BR 1850/60 en 1860/80

[3] Echtpaar Van Dort-Van Driel ligt begraven op NH begr.pl. IJsselmonde.

 

II b. (van I) Cornelis van Dort (1803-1892) trouwde 1828 met Eva Maria van  Broekhoven (1803-1872) dochter van dijk-werker Jacobus van Broekhoven en Johanna Dijkmans. Jacobus is schippersknecht[1], later is hij schipper op een onbekend schip.[2] Het gezin woonde eerst Zuidzijde Haven 60 daarna op nummer 78.[3] Later wonen zij aan boord.[4] Uit het huwelijk Van Dort-Van Broekhoven zes kinderen. Twee zoons volgen in het schippersvak. Jacobus A. volgt III e en Huibregt J. volgt III  f.

 

III e. (van IIb) Jacobus Adrianus van Dort ( 1830-1913) schipper, schip onbekend, trouwde 1e circa 1861 met Willemijntje Vree (….-1877)[5] en trouwde 2e 1877 met Johanna van Grinsven (Vught circa 1835-1927) dr.v. Peter van Grinsven en Francina Timmermans. Rijnvaartpatent 23-03-1871 voor aakschip Merwestroom van 116 ton. Rijnvaart-patent 23-06-1875 te Dordrecht voor de in 1872 te Veendam gebouwde hektjalk De Jonge Cornelis van 135 ton[6],       thuishaven in 1898 was Bergen op Zoom.[7] Zij vertrekken 1890 naar Halsteren. Uit het 1e huwelijk een zoon: Cornelis J. volgt IV j.

                                   

IV j. (van III e) Cornelis Jacobus van Dort ( Antwerpen circa 1861-Zaltbommel 1884) schipper, woonde aan boord van schip De Jonge Joannes, een in 1873 te Groningen gebouwde houten tjalk van 119 ton. Cornelis trouwde 1882 met Johanna Catharina van Nispen [Kath.]  (1857- Amersfoort 1924) dochter van Johannes van Nispen[8] en Anna Cornelia Sebregts. Uit hen drie kinderen. Zoon Jacobus A. is korte tijd schipper.

[1] Volkstelling 1830 en 1840

[2] BR1860/80

[3] VT 1830 en 1840

[4] BR 1860/80

[5] Eerder weduwe van Barend Kramer.

[6] Rijnvaartpatenten Dordrecht

[7] IVR 1898

[8] Zie VAN NISPEN 2 sub III a.

III f. (van II b) Huijbregt Jacobus van Dort (1840-1917) trouwde 1871 met zijn achternicht Johanna Jacoba van Dort (1843-1918) dochter van schipper Johannes van Dort Gerritsz[1]. en Agatha Nederveen. Eigenaar van hektjalk Dit       Niet Gedacht 96 ton groot.[2] Rijnvaartpatent 27.04.1875 te Dordrecht voor schip Dit Niet Gedacht van 104 ton.[3] Huibregt is schipper en schippersknecht. Rond 1900 gepensionneerd schipper van de visserijpolitie. Woonde eerst aan boord en later op de Noordzijde Haven D 31 en 25. [4] Uit het huwelijk Van Dort- Van Dort twee zoons en een dochter. Dochter Agatha Johanna Maria (1874-1944) trouwde smid Gerardus Adrianus Stadhouders[5] (1872) Oudste zoon Cornelis Huibrecht Johannes (1873-1952) was schipper maar later winkelier en tweede zoon Huijbregt Jacobus volgt IV l.

                                   

IV l. (van III f) Huijbregt Jacobus [Huib van Kapteintje] van Dort (1876-….) schipper te Numansdorp, trouwde Numansdorp 1903 met Teuntje Niemantsverdriet (Numansdorp 1872-....) dochter van Frans Niemantsverdriet en Adriana Arnolda van Eijmeren. Teuntje was weduwe van Meeuwis van Essen.[6] Deze Meeuwis was eerst schipper op een schip van Smout uit Bergen op Zoom. In 1899 liet hij in Ouderkerk aan de IJssel de 181 ton grote klipper Nieuwe Zorg bouwen. Huijbrecht van Dort was matroos bij Meeuwis van Essen. Meeuwis overleed te Numansdorp in 1902. Uit haar eerste huwelijk had Teuntje vier kinderen. Uit het huwelijk Van Dort-Niemants-verdriet volgden nog  zes kinderen. Dochter Johanna Jacoba (Rotterdam 1909-Oosterhout                                     2004) huwde Johannes P. Schot.[7] Zoon Huibregt J. volgt V c.

 

V c. (van IV l) Huijbregt Jacob van Dort (Rotterdam 1904-….) matroos bij Engel van Dort op de Geertruida, later zetschipper op sleepschip Roger (ex Alekto) van 1830 ton. Daarna schipper op motorschip Madeleine van 1300 ton. Trouwde te Steendorp (B.) 1931 met Elisabeth Maria van Schijndel [Kath.] (Steenwijk 1904-….) dochter van Adrianus van Schijndel en Clementia de Vos.[8]

[1] Zie VAN DORT 2 sub II c.

[2] PB 1872/73

[3] Rijnvaartpatenten Dordrecht

[4] BR 1860/80 en 1880/00

[5] Zie STADHOUDERS

[6] Meeuwis van Essen (Klaaswaal 1867-Numansdorp 1902) zoon van Steven van Essen en Bastiaantje Corbijn, huwde Numansdorp 02.05.1895 met Teuntje Niemantsverdriet.

[7] Zie SCHOT 2 sub IV c.

[8] Zie VAN SCHIJNDEL sub III a.

 

II c. (van I) Wilhelmus van Dort (1810-1896) is geen schipper maar visser. Toch volgt hij hier omdat zijn kleinzoon Huib wel schipper wordt. Wilhelmus trouwde 1e 1847 met Petronella Salij (1819-1861) dochter van Adrianus Salij en Cornelia Hendrica de Haas. Hij trouwde 2e 1867 met Cornelia Jacoba Wakkee (1819-1897)[1]. Uit het 1e huwelijk vijf kinderen: Dochter Cornelia Maria (1869-….) huwde Dirk Cornelis Wakkee (1852-….)[2] ,Wilhelmus Adrianus volgt III g en Adrianus Johannes volgt III h.

 

III g. (van II c) Wilhelmus Adrianus van Dort (1847-Middelburg 1926) visser, trouwde 1871 met Geertruida Anna Schot [3] (1851-Middelburg 1927) dochter van Huibrecht Schot en Catharina Wakkee. Eigenaar van een hoogaars van 15 ton en een jaar later van hoogaars nr. 841, 11 ton groot. [4] Uit hen 12 kinderen.  Zoon Huibrecht volgt IV m.

                                 

IV m. (van III g) Huibrecht van Dort (1874-Rotterdam 1937) vishandelaar, schipper, trouwde Rotterdam 1898 met Hiltje Smith[5] (Wymbritseradeel 1871-Vlaardingen 1920) dr.v. Franciscus Hendrikus Johannes Smith en Elisabeth Margaretha de Neut. Huibrecht liet in 1904 een tweemastklipper bouwen bij Paans aan de Roodevaart. De Hiltje was 274 ton groot en voer van Bergen op Zoom. De  bouwtekening van dit schip bevindt zich in de collectie van het Maritiem Museum Prins Hendrik te Rotterdam. Dit schip werd in 1909 verkocht aan A.B. de Vuyst uit Breskens. Huibrecht nam nu de in 1908 te Moerdijk gebouwde kempenaar Risico over van Eduard Schaut te     Dordrecht, hij doopte het schip om in Hiltje. Dit schip werd in 1912 overgenomen door de N.V. Handels en Trans-port Mij Vulcaan te Rotterdam. Het schip heette nu Thijssen № 10, Huibrecht was nu zetschipper op zijn oude schip. Uit het huwelijk van Dort-Smith drie dochters en een zoon Wilhelmus Adrianus Cornelis van Dort (1905-Oss

1979). Hij voer met zijn vrouw Franziska Ringwelski tot 1964. Ook twee van zijn zusters trouwen met een schipper.

                       

III h. (van II c) Adrianus Johannes van Dort (1853-Valburg 1894) huwde Cornelia Mathilda (ook Magthilda) Roelofs. Visser 1889.[6] Adrianus is schipper-eigenaar van de overdekte Dorstense aak Emanuel volgens meetbrief van 29  aug.1891 Brouwershaven 121 ton groot.[7] Rijnpatent …09.1891 tot Mannheim.

[1] Zie WAKKEE 2 sub I.

[2] Zie WAKKEE 1 sub III a.

[3] Zie SCHOT 3 sub II a.

[4] PB 1890/91 en 1891/92

[5] Zij is een zuster van Francisca H.J.Smith die met de Bergse schipper Jacob Gerrit Schot was getrouwd. Zie SCHOT 3 sub III b.

[6] Overl akte 23 apr. 1889

[7] PB 1892

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX