SCHOT   2

Schermafbeelding2017-10-28om135845.png

 

I. Daniel Schot (1779-1865) zoon van Adrianus Schot en Eva de Leeuw huwde 1e 1804 met Engelina Wijts (1784-1813) dr.v. Christiaan Weyd en Catharina van Groenewegen. Hij huwde 2e 1814 met Cornelia van der Kuijl (1786-1870) dr. van visser Engel Govertsen van der Kuijl[1] en Maria Rinner. Was in 1812 schipper[2] en in 1824 eigenaar van een schouw.[3] In 1830 visser.[4] Uit het 1e huwelijk 5 kinderen en uit het 2e huwelijk 12 kinderen. Slechts een zoon zal het schippersvak kiezen. Zoon Reinier volgt II.

 

II. (van I) Reinier Schot (1826-Kruiningen 1914) huwde 1848 met Agatha Geertruida van Dort (1827-Kruiningen 1919) dr.v. Johannes Adrianus van Dort[5] en Maria Elisabeth Schot.[6] Reinier is aanvankelijk visser. Rijnvaartpatent 24-04-1866 te   Dordrecht voor tjalkschip De Goede Verwachting van 95 ton.[7] Rond 1871/72 eigenaar van houten tjalk De Goede Verwachting groot 84 ton,[8] vermoedelijk hetzelfde schip als eerder. Rijnpatent 22-08-1878. Later heeft hij een houten aak Dageraad, gebouwd te Papendrecht 1878 en 142 ton groot. Foto van dit schip is gepubliceerd in Bergen op Zoom in Oude Ansichten deel 2 (1978) p.16. In 1891 laat hij te Sappemeer een tweemastklipper bouwen van 230 ton. Dit schip kreeg ook de naam Dageraad.

Weekblad Schuttevaer 02-10-1909: Het met metselsteen voor Bergen op Zoom geladen schip Dageraad van schipper Schot is te Hansweert lek binnen gekomen. Door pompen kon het schip lens worden gehouden en is het later met pompers aan boord door een sleepboot naar de bestemming gebracht.

Uit het huwelijk Schot-van Dort 7 kinderen. Dochter Cornelia Maria Elisabeth (1848-1925) huwde schipper Leendert Fondse (Haamstede 1838-Terneuzen1904)[9] Dochter Dana Anna Schot (1851-….) huwde 1870 met Dirk Geervliet.[10] Zoon Johannes Adrianus volgt III a. en Huibrecht Jacobus volgt III b.

 

III a. (van II ) Johannes Adrianus Schot (1850-Zwijndrecht 1926) huwde Goes 1877 met Cornelia Jacoba de Hond (Goes 1855-Sliedrecht 1905) dr.v. Barend de Hond en Suzanna de Hond. Rijnpatent 14.08.1878 tot Mannheim.           Johannes was schipper-eigenaar van houten tjalk Goede Verwachting, 103 ton, gebouwd Roosendaal 1860. Daarna had hij een 172 ton grote klipper de Sappemeer, het schip was in 1890 op de werf van Joh. Berg te Sappemeer, hoe kan het anders, gebouwd. Johannes A. was er voor Bergse begrippen vroeg bij met een ijzer Rijnzeilschip. Zelfs nog eerder dan zijn vader. In 1895 laat hij opnieuw te Sappemeer een grotere tweemastklipper bouwen de Sappemeer II .   Cornelia is te Sliedrecht onder de vallende mast dodelijk gewond geraakt. Uit het huwelijk Schot-de Hond drie zoons en vijf dochters. Zoon Reinier volgt IV a.

 

IV a. (van III a) Reinier Schot (1877-Tilburg 1937) huwde Tilburg 1912 met Frederika Wilhelmina Schrier (Tilburg 1885-Terneuzen 1966) dr.v. Martinus Jacobus Schrier en Mathilde Weitner. Reinier was schipper op de Sappemeer II, het schip van zijn vader. Uit het huwelijk Schot-Schrier 2 zoons en 1 dochter. Geen opvolging in de scheepvaart.

[1] In 1788 deken van het vissersgilde. Zie VAN DER KUIJL 2.

[2] VT 1812

[3] SSS 1824

[4] VT 1830

[5] Zie VAN DORT 1 sub II a.

[6] Zij is een zuster van Jacob Gerrit Schot (1794-1870) Zie Schot 3 sub I.

[7] RD

[8] PB 1871/72

[9] Zie FONDSE sub I.

[10] Zie GEERVLIET sub I.

 

 

III b. (van II ) Huijbregt Jacobus Schot (1858-Rotterdam1944) huwde 1e te Goes 1882 met Dorothea Fokke (Goes 1864-Goes 1882) dr.v. Itje Fokke en Maria Verdorst. Huwde 2e te Franeker 1886 met Grietje de Groot (Franeker 1863-Antwerpen 1893) dr.v. Klaas de Groot en Akke Bekius. Huwde 3e Kruiningen 1895 met Diederika Johanna Meertens (Kruiningen 1878-Kruiningen 1942) dr.v. Pieter Johannes Meertens en Jasperina van Driel. Het eerste schip van Huibrecht was de Vrouw Berdina een in 1863 in Groningen gebouwde houten tjalk van 115 ton. Hij had dit schip overgenomen van de Bergse schipper P.Suijkerbuijk. Daarna is hij schipper op de houten aak Dageraad, nog later neem hij ook de tweemastklipper Dageraad van zijn vader over. Deze Dageraad is op 23 november 1928 even buiten de Steenbergse Vliet door hoge golfslag in moeilijkheden gekomen en gezonken. Het met suikerbieten geladen schip moest naar Stampersgat. Schipper Schot, zijn vrouw en knecht konden zich met de roeiboot redden. Huijbregt liet in 1929 de sleepkempenaar Diejo bouwen. In de crisisjaren omstreeks 1933 moest hij het schip aan de heer Kuyper verkopen. Hij stopte nu op 75-jarige leeftijd met varen. Zijn zoon Pieter en zijn dochter Johanna voeren nu als zetschipper op de Diejo. Uit de drie huwelijken in totaal 22 kinderen, waarvan er 13 jong zijn overleden. Dochter Akke Agatha (1889-Kruiningen 1964) huwde 1920 schipper Johannes Adrianus Geervliet [1](1890-Kruiningen1965).            Dochter Jasperina (1896-Rotterdam1977) huwde 1e 1913 met Jacob Geervliet (Katwijk 1895-Rotterdam 1961), zoon van Jan Geervliet en Buijsina Guijt en huwde 2e Willem Johannes Maas.[2] Dochter Dana Anna (Kruiningen 1900) huwde schipper Leendert Cornelis Maas (1897)[3]. Zoon Reinier volgt IV b en zoon Pieter Johannes volgt IV c.

 

IV b. (van III b) Reinier Schot (1909-Zwijndrecht 1995) huwde 1932 Anna de Haas (1907-Zwijndrecht 1981) dr.v. schipper Cornelis de Haas[4] en Maria Cornelia Stouthart. Reinier voer als zetschipper voor Belgische eigenaars op de spitsen Adrienne, Nazaire en Olympe. Deze laatste motorspits, gebouwd in 1935 kocht hij in 1960 en doopte hem om in Dimaja.[5] Uit hen drie dochters die alle drie met een schipper trouwden.[6].

 

IV c. (van III b) Pieter Johannes Schot (Amsterdam 1910-Gorinchem 1995) huwde Rotterdam 1939 met Johanna Jacoba van Dort (Rotterdam 1909-Oosterhout 2004), dochter van Huybregt Jacobus van Dort[7] en Teuntje Niemantsverdriet. Hij voer van 1933 tot 1939 met zijn zuster Johanna Antoinette Leonora op de Diejo. Vanaf 1940, tijdens de oorlog op de Margaretha. Na de oorlog kwam hij weer op de Diejo, nog steeds in eigendom van de heer Kuyper. Dit schip was gekopt geweest. Gekopt betekende dat het schip door de Duitsers in beslag was genomen en dat het was omgebouwd tot landingsvaartuig. Dan ging de kop er af om plaats te maken voor een klep waarover in neergeklapte toestand rijdend materiaal aan boord genomen kon worden. Na het overlijden van de heer Kuyper kocht hij het schip in 1965 terug. De twee zoons Huijbregt Jacobus (1940) en Jacobus Huijbregt [8] (1947) uit dit huwelijk worden later ook schipper.

[1] Zie GEERVLIET sub II c.

[2] Zie MAAS sub IV b.

[3] Zie MAAS sub IV d.

[4] Zie DE HAAS sub VI a.

[5] afkorting van de namen van zijn drie dochters

[6] Diederika Johanna Schot (1933) huwde Huijb Schot en voeren van 1965 tot 1997 op motorspits Anjo. Tweede dochter Maria Cornelia (1937) huwde 1961 met Roelof Snippe. Zij voeren op de Neptunus 3 , Romaria en duwboot Désirée. Derde dochter Jasperina Huiberdina (1950) huwde 1970 met Cornelis Martinus Verschuren en voeren op de volgende schepen: Adrianus,Jasperina en duwboot Annika.

[7] Zie VAN DORT 1 sub IV l..

[8] Jacobus Huijbregt bevoer de Diejo als laatste Schot. Kort nadat het schip was verkocht is de Tjitske (ex Diejo) van schipper Harm van Vorsteveld op 3 jan. 1995  bij binnenlopen van Tiel omgeslagen en gezonken en in de sloop gegaan.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX