SCHOT   1

 

SCHOT                                                                                          HERVORMD

 

Hoewel het geslacht Schot als schippersfamilie niet zulke oude papieren heeft als de families van Dort en Touw moet gezegd worden dat meer dan twee en een halve eeuw wonen en werken in dezelfde stad niet gering is. De vestingstad Bergen op Zoom kende een intensief komen en gaan van militairen uit alle windstreken. Sommige bleven na hun militaire loopbaan in Bergen hangen. Welnu, de stamvader van de Bergse familie Schot was zo’n militair. De in 1714 te Arnhem geboren korporaalschoenmaker Reinier Schot vestigde zich omstreeks 1740 te Bergen op Zoom. Zijn vader en verder voorgeslacht waren afkomstig uit Braunfels (Duitsland).

Het leeuwendeel van de gegevens is afkomstig van Piet Schot (1908-2001) van de Tosuwa.[1] Vaak ben ik bij hem en zijn vrouw in Slikkerveer op bezoek geweest om gegevens uit te wisselen.

Een dochter en drie van de vier zoons van Reinier Schot zorgden voor een schippers-nageslacht. Dochter Anna huwde de Bergse schipper Jan Touw. De eerste Schot die vanuit Bergen op Zoom zijn brood op het water verdiende was vermoedelijk Huybrecht Schot Rzn (1758-1810), weliswaar niet als schipper maar als visser. In de jaren 1795 en 96 was hij gezworene van het vissersgilde. Dit is de vader van Jacob Gerrit Schot waarmee SCHOT 3 begint. De vissers vervoerden als de visserij stil lag regelmatig vrachtjes van en naar de Zeeuwse eilanden. Voor het gemak is dit genealogische overzicht verdeeld in drie takken. Drie kleinzoons van Reinier: Pieter (1780-1848), Daniel (1778-1865) en Jacob Gerrit (1794-1870) neefs van elkaar, bezetten telkens Generatie I.

[1] Zie SCHOT 1 sub V a.

 

 

 

I. Pieter Schot (1780-1848), zoon van potmakersknecht Pieter Schot en Cornelia van Broekhuysen, huwde 1804 met Barbara Picaar (1779-1841) dr.v. Adrianus Adam Picaar en Francina Frijt. Pieter is schipper en omstreeks 1824 eigenaar van een schouw.[1] Hij is de stamvader van een flink aantal schippers Schot. Van 1812 tot 1840 stond het gezin ingeschreven als woonachtig Noorzijde Haven nr. 19. Rond 1845 eigenaar van de Vrouw Barbara waarmee hij in de zogenaamde Brede Beurt vaart.[2] Als knecht heeft hij zijn zoon R. Schot Pz. Aan boord. Uit het huwelijk Schot-Picaar tien kinderen. Vier zoons zijn werkzaam in de scheepvaart. Adrianus Johannes Schot (1808-1863)volgt II b en is schippersknecht.[3] Cornelis Schot (1810-1889) volgt II c.[4] Zoon Reinier Schot (1819-1888) is schippersknecht en vertrekt 1860 met zijn gezin naar Antwerpen maar keert later terug.[5] Oudste zoon Pieter volgt in het schippervak, volgt II a.

 

II a. (van I) Pieter Schot (1804-1875) huwde 1826 met Johanna Philippina Nederveen (1805-Dordrecht 1895) dr.v. Jacob Nederveen[6] en Johanna de Keijzer. Op zijn huwelijksakte in 1826 is zijn beroep schipper. In 1830 nog schippersknecht maar in 1831 eigenaar van een schuit.[7] Rond 1845 eigenaar van de Vrouw Philipina waarmee hij in de zogenoemde Brede Beurt vaart.[8] Op 16-09-1858 was hij medeondertekenaar van het rekest dat de Bergse schippers indienen. Sloot zich aan bij de Afscheiding (1861-1868).In 1871/72 betaalde hij patentbelasting voor zijn ‘zeilboeier’ van 29 ton de Johanna Philippina.[9] Het gezin stond 1830 ingeschreven Noordzijde Haven nr. 20 later op nr. 31.[10] Uit het huwelijk Schot-Nederveen 13 kinderen. Pieter volgt III a en Albertus Johannes volgt III b

 

III a. (van II a) Pieter Schot (1826-1908) huwde 1855 met Antonetta Baaijen (1828-Rotterdam 1892) dr.v. Hendrik Baaijen en Cornelia Adriana Bos. Rijnvaartpatent 30-06-1875 te Dordrecht voor tjalk Ebenhaezer van 97 ton.[11] Dit schip had hij omstreeks 1890 nog steeds het werd omschreven als houten hektjalk Ebenhaezer groot 86 ton.[12] Daarna had hij een ijzeren tjalk eveneens Ebenhaezer genaamd. In 1896 liet hij bij werf Berg te Sappemeer een 265 ton grote tweemastklipper bouwen. Dit schip noemde hij naar zijn vrouw: Antonetta, domicilie was Dordrecht. Het schip was van onder tot boven lichtgroen geschilderd. Op de eerste reis naar de Roer viel de verf er in vellen af. Het schip had bij terugkeer totaal kaal ijzer. Het water van de Rijn was zo verontreinigd dat de verf er niet tegen kon. Alleen het gebied boven de waterlijn bleef over om te verven. Zo ontstonden de spievormige geverfde gedeelten aan kop en kont. Daarvoor werd met de zeeg meegeschilderd. Het geheel verven van dit soort schepen was al voor de eeuwwisseling afgelopen. De Antonetta was de enige klipper met op het voorschip aan beide zijden 4 bolders.

Weekblad Schuttevaer 24-05-1913: Het sleepschip Antoinetta van schipper Schot geladen met rijst van Antwerpen voor Wormerveer werd donderdag in het kanaal door Zuid-Beveland aangevaren door het motorschip van schipper Prins. De Antoinetta bekwam belangrijke averij aan bakboordzijde en het want.

Het gezin stond op verschillende adressen ingeschreven: in de periode 1850/60 Zuidzijde Haven 57, daarna 1860/80 Zuidzijde Haven 58 c. Op het laatst 1880/00 Noordzijde Haven 31 (het ouderlijk huis).[13] Gezin vertrekt 08-01-1889 naar Dordrecht. Pieter ging in 1906 in Bergen op Zoom aan de wal wonen. Uit het huwelijk Schot-Baaijen 7 kinderen.   Dochter Cornelia Hendrika (1859-….) huwde haar volle neef W.Ch. Schot (1857-….) [14] Drie zoons volgen in het schippersvak: Pieter volgt IV a, Albertus Pieter volgt IV b en Leendert Dirk volgt IV c. 

[1] SSS 1824

[2] SVS 1845

[3] BR 1860/80

[4] Zie TOUW 1 sub II a.

[5] BR 1850/60

[6] Zie NEDERVEEN sub i.

[7] VT 1830 en BSA 1831

[8] SVS 1845

[9] Patentbelasting 1871/72

[10] VT 1830, VT 1840 en BR 1880/00

[11] RD

[12] PB 1890/92

[13] BR 1850/60, BR. 1860/80 en BR 1880/00

[14] Zie SCHOT 1 sub IV d.

 

IV a. (van III a) Pieter Schot (1862-1948) huwde 1903 met Jacoba van Dijk (Zierikzee 1865-1947) dr.v. Adrianus van Dijk en Jacoba van Dijke. Pieter was voordat hij in 1906 de Antonetta van zijn vader overnam samen met zijn broer Leendert bij zijn vader aan boord. Vertrok op 08-01-1889 naar Dordrecht en kwam op 03-05-1920 terug         naar Bergen. Rijnpatent 12-09-1898 tot Keulen. Omstreeks 1922 verkocht hij de Antonetta aan Tuus de Nijs uit Terneuzen. Uit het huwelijk Schot-van Dijk : Antonetta Petronella Schot zij huwde 1942 met sleepbootschipper Lourens Steenbergen uit Zwartsluis.

 

IV b. (van III a) Albertus Pieter Schot (1867-IJsselmonde 1934) huwde te Kruiningen 1903 met Jacoba Huiberdina Wilhelmina van Dort (1870-IJsselmonde 1953) dr.v. Wilhelmus van Dort[1] en Neeltje Schot. Albertus was achter-eenvolgens schippersknecht bij Jacob Gerrit Schot[2] daarna bij Hendrik. J. van Wijk en Dirk van den Berg. Zijn     Rijnpatent was uitgegeven 10-11-1899 in Den Haag en was geldig tot Mannheim. Hij vertrok 1889 naar Dordrecht en 1927 naar IJsselmonde. In 1908 liet hij in Hoogezand bij Bodewes de 320 ton grote tweemastklipper Hendrika Jacoba bouwen. Dat waren de namen van de twee zusters van Albertus. Hij verkocht dit schip in 1913 voor ƒ12000.- aan Bastiaan Hokken. Daarvoor in de plaats kocht hij in 1914 sleepschip De Hoop gebouwd bij werf Juliana te Papendrecht. Dit schip werd omstreeks 1926 verkocht aan Willem H. van Dort[3] (1887-….).           

Uit het huwelijk Schot-van Dort een dochter.

 

IV c. (van III a) Leendert Dirk Schot [de Reuzenzwaai] (1869-1945) huwde Antwerpen 1905 met Tona Susanna Wagenaar[4] (Ossendrecht 1870-Rotterdam 1956) dr.v. Christiaan Wagenaar en Krina Deurloo. Leendert was voor zijn huwelijk samen met zijn broer bij zijn vader aan boord van de Antonetta. 08-01-1889 uitgeschreven           naar Dordrecht. Op 19-12-1905 naar Antwerpen. Hij liet in 1905 de Tosuwa bouwen. Tot 1938 bleef hij schipper op dit schip. Uit het  huwelijk Schot-Wagenaar vijf kinderen. Vier dochters en zoon Pieter A. die het schippervak doorzet, hij volgt V a.

 

V a. (van IV c) Pieter Anton Schot (Duisburg 1908-Ridderkerk 2001) huwde 1e Schiebroek 1938 Janna Maria de Looff (Mijdrecht 1909-Nijmegen 1944) dr.v. Marinus de Looff en Willemijntje Damsteeg. Huwde 2e Rotter-dam 1951 met Willemijntje Monshouwer (Hank Gem. Dussen 1911-Ridderkerk 1998) dr. van Hendricus           Monshouwer en Antonia van de Water. Pieter nam in 1938 het sleepschip Tosuwa over  van zijn vader. Jarenlang heeft hij onderzoek gedaan naar alle Schotten die hij in de archieven kon vinden.

[1] Zie VAN DORT 1 sub III a

[2] Zie SCHOT 3 sub III c

[3] Zie VAN DORT 1 sub V a.

[4] Zij werkte tot haar huwelijk als kindermeisje bij een familie in Antwerpen in de Paleisstraat.

 

III b. (van II a) Albertus Johannes Schot (1829-1913) huwde 1854 met Arnolda Wilhelmina Rijkhals (1828-1914) dr. v. Willem Rijkhals en Johanna van Everdingen. Albertus is omstreeks 1872 eigenaar van een 38 ton groot schip een zogenaamde paviljoen genaamd De Vier Gebroeders.[1] In 1890/92 heeft hij een ander schip: God met ons een 84 ton grote hektjalk.[2] Het gezin stond 1860/80 ingeschreven Noordzijde Haven 5.[3]Uit het huwelijk Schot-Rijkhals 2 doch-ters en drie zoons. Wilhelmus Christianus volgt IV d en Johannes Theodorus volgt IV e.

 

IV d. (van III b) Wilhelmus Christianus Schot (1857-1922) huwde 1888 met zijn volle nicht Cornelia Hendrika Schot (1859-1940) dr.v. Pieter Schot[4] en Antonetta Baaijen. Wilhelmus had eerst een houten tjalk Emanuel (ex Acacia) van 124 ton, gebouwd Vierverlaten 1870. Later had hij de Cornelia een tweemastklipper gebouwd 1900 te Vrijenban werf Boot, 250 ton.[5] Het gezin vertrekt 20-02-1890 naar Dordrecht en komt in 1920 terug naar Bergen.

Schuttevaer 07-10.1899: …kiel gelegd te Vrijenban voor ijzeren zeilaak groot 250 ton voor rekening van W.C.Schot te Bergen op Zoom... Schuttevaer 06-11-1909: …Zondag had in de haven van Hansweert een aanvaring plaats tussen het inkomende sleepschip Cornelia van schipper Schot en het uitgaande schip van schipper de Jonge. Van de Cornelia werd de boeg ingedrukt, spanten en boegspriet gebroken, terwijl de Robust de ankerspil brak en bolders losgestoten werden, ook dit schip brak een boegspriet…

Uit het huwelijk Schot-Schot twee dochters en zes zoons. Dochter Arnoldina Wilhelmina Johanna (1889-1940) huwde Pieter Wakkee (1878-1960) zoon van pottenbakker Christiaan Wakkee en Maria Cameron. Zoon Pieter Albertus volgt V b, Anton Pieter volgt V c en Albertus Johannes volgt V d.

 

V b. (van IV d) Pieter Albertus Schot (1891-Zierikzee 1954) huwde Zierikzee 1914 met Anna van Burgh (Zierikzee) 1889-Zierikzee 1963) dr.v. Adriaan van Burgh en Hendrika Johanna Bilius. Pieter had schip Zorg en Vlijt, een klipperaak, een klipper met een zogenaamde paardekont, gebouwd in 1908 te Raamsdonkveer, 75 ton groot. Later verlengd tot circa 100 ton. Uit het huwelijk Schot-van Burgh 5 zonen. Pieter Albertus volgt VI a.

 

VI a. (van V b) Pieter Albertus Schot (Amsterdam 1931) Pieter nam het schip Zorg en Vlijt over van zijn vader.

[1] PB 1871/73

[2] PB 1890/92

[3] BR 1860/80

[4] Zie SCHOT 1 sub III a.

[5] Friese maat-schip.

 

V c. (van IV d) Anton Pieter Schot (1895-Zwijndrecht 1974) huwde 1920 met Maria Wakkee (1893-Sittard 1980) dr.v. visser Cornelis Wakkee[1] en Marina Schot. Anton voer als schipper op het schip van zijn vader de Cornelia. Gezin vertrekt 1920 naar Dordrecht. Het schip Cornelia werd omstreeks 1921 verkocht. Hierna kreeg hij de kempenaar Mawa, gebouwd te Delft 1926 en 613 ton groot, thuishaven Bergen op Zoom. De Mawa maakte in 1949 als tentoonstellingsschip een tocht door Nederland met de Gouden Koets aan boord. De entreegelden van de expositie kwamen ten goede aan het Koningin Julianafonds. Uit het huwelijk Schot-Wakkee 2 dochters en 1 zoon. Zoon Cornelis (Kees) Schot (1924) voer later met de Mawa.

 

V d. (van IV d) Albertus Johannes (Albert) Schot (1897-1978, begr. Zwijndrecht) huwde Breskens 1921 met Levina Baden (Zuidzande 1899-1989, begr. Zwijndrecht) dr.v. Jacobus Baden en Suzanna Verplanke. Albert had in 1928 de kempenaar Maria gekocht. Uit het huwelijk Schot-Baden o.a. een zoon Wilhelmus Christianus (1922-2013). 

[1] Zie WAKKEE 1 sub III d.

Maria, ligt gereed 1932/33 voor een lading stenen voor de nieuwe sluis van Lith.

Locatie: St Antoing op de Maas?, foto beschikbaar gesteld door Jos Telleman

 

IV e. (van III b) Johannes Theodorus Schot (1861-Rotterdam 1938) huwde Fijnaart 1895 met Elisabeth Straas-heim (Fijnaart 1864-Fijnaart 1945) dr.v. Johan Straasheim en Maaike Kuijpers. Johannes had eenmastklipper en motorschip Elisabeth 150 ton met een 52 pk motor. Dit schip was in 1914 in Leiderdorp gebouwd. Het schip was in 1936 in het bezit van N.V. Meelfabriek De Maas te Rotterdam. Schot woonde in 1920 in Bergen, hij leende toen ƒ 2500.- uit aan Jacobus Nuyten, arbeider te Fijnaart.[2] Uit het huwelijk Schot-Straasheim twee zonen. (een van hen woonde in Wouw) 1. Albertus Johannes George Schot (1900) 2. Johan George Hubertus Schot (1904) (ook Jean George Albertus)

 [2] Notarieel Register Fijnaart en Heijningen, 07-08-1920, aktenr. 2078.

 

II b. (van I) Adrianus Schot (1808-….) schippersknecht en schipper, huwde 1837 Wilhelmina Lucretia Borrie, dr. van Willem Borrie en Cornelia Smit. Uit hen 10 kinderen waaronder Reinier Schot (1850-1867) die als schippersknecht is verdronken toen het schip van C. van Nispen verging.[1]

 

II c. (van I ) Cornelis Schot (1810-1889) huwde 1845 met zijn achternicht Elisabeth Johanna (vaak Johanna Elisabeth[2]) Touw[3] (1827-1871) dochter van schipper Jan Touw en Aagje de Ruiter. In 1848 overleed de vader van Cornelis. Zijn       broer Adrianus kocht vader’s schip de Vrouw Barbara vrij van de notaris en gaf het aan Cornelis. Lang heeft Cornelis het niet kunnen volhouden als schipper. Want op 18 feb. 1850 werd het schip Johanna Elisabeth, een damschip van 18 ton, op verzoek van de schuldeiser publiek verkocht.[4] Uit het huwelijk Schot-Touw 12 kinderen.

 

 

[1] Zie VAN NISPEN 2 sub III b.

[2] Op haar geboorte-, huwelijks- en overlijdensakte heet zij Elisabeth Johanna. Op de geboorteakten van haar kinderen is het Johanna Elisabeth. Haar huwelijksakte ondertekent zij met J.E. Touw.

[3] Zie TOUW 2 sub II a.

[4] Bredasche Courant 14-02-1850.

XXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXXX